In dit artikel bestuderen we ten eerste in hoeverre de gezonde levensverwachting op 50-jarige leeftijd (GLV50) verschilt tussen migranten en niet-migranten in België, Nederland en Engeland & Wales. Ten tweede bestuderen we voor de twee laatstgenoemde landen ook de verandering hierin tussen 2001 en 2011. Gegevens over bevolking, sterfte en zelf-gerapporteerde gezondheid komen uit de bevolkingsregisters, de census en gezondheidsenquêtes. De GLV50 is berekend voor niet-migranten, westerse en niet-westerse migranten naar geslacht. Decompositietechnieken zijn gebruikt om te bepalen of verschillen in GLV50 tussen de herkomstgroepen en veranderingen in GLV50 over tijd kunnen worden toegeschreven aan verschillen in sterfte of gezondheid. De resultaten laten zien dat, voor mannen en vrouwen in de drie landen, oudere – met name niet-westerse – migranten naar verwachting minder jaren in goede gezondheid leven dan oudere niet-migranten. Dit verschil kan voornamelijk worden toegeschreven aan gezondheidsverschillen. Waar in Nederland de verschillen in GLV50 tussen migranten en niet-migranten gedaald zijn over de tijd, zijn de verschillen in Engeland & Wales toegenomen. Verbeteringen in GLV50 kunnen voornamelijk toegeschreven worden aan afname in sterfte. Interventies gericht op het verkleinen van ongelijkheden in gezondheid en sterfte tussen ouderen met en zonder migratieachtergrond zouden zich moeten focussen op preventie, vooral onder niet-westerse migranten.

We analysed differences in healthy life expectancy at age 50 (HLE50) between migrants and non-migrants in Belgium, the Netherlands, and England and Wales, and their trends over time between 2001 and 2011 in the latter two countries. Population, mortality and health data were derived from registers, census or surveys. HLE50 was calculated for non-migrants, western and non-western migrants by sex. We applied decomposition techniques to determine whether differences in HLE50 between origin groups and changes in HLE50 over time were attributable to either differences in mortality or health. The results show that in all three countries and among both sexes, older migrants, in particular those from non-western origin, could expect to live fewer years in good health than older non-migrants, mainly because of differences in self-rated health. Differences in HLE50 between migrants and non-migrants diminished over time in the Netherlands, but they increased in England and Wales. Improvements in HLE50 over time were mainly attributable to mortality decline. Interventions aimed at reducing the health and mortality inequalities between older migrants and non-migrants should focus on prevention, and target especially non-western migrants.


312 Weergaven
15 Downloads
Lees verder

Introductie

Ondanks het feit dat migratie, vergrijzing en gezondheid ieder afzonderlijk hoog op de politieke agenda staan in zowel Nederland als Europa, is er nog weinig aandacht voor de intersectie tussen deze drie domeinen. Dit geldt zowel voor het publieke debat als voor de wetenschappelijke literatuur waarin aandacht voor de gezondheid van oudere migranten pas vrij recentelijk een vlucht heeft genomen [ 1 , 2 ]. Gezien het groeiend aandeel oudere migranten in Nederland en Europa is meer kennis over zowel gezondheids- als sterftepatronen onder oudere migranten essentieel [ 3 ]. Vanuit het gelijkheidsprincipe van de gezondheidszorg, en het daarop geënte beleid in Europese landen, is daarnaast meer kennis over potentiële gezondheidsverschillen tussen ouderen met en zonder migratieachtergrond van belang [ 4 ]. Kennis over de gezondheid van oudere migranten is bovendien cruciaal om de toekomstige vraag naar gezondheidszorg in een samenleving die ouder en diverser wordt, accuraat te kunnen inschatten [ 5 ].

Eerdere studies naar gezondheid en sterfte onder migranten laten verschillende patronen zien. Het merendeel van de literatuur vond dat migrantengroepen vaak langer leven dan niet-migranten ondanks hun vaak relatief lage sociaaleconomische status (ook wel de ‘migrant mortality paradox’ genoemd [ 6 , 7 ]). Terwijl eerder onderzoek aantoonde dat de gezondheidssituatie van migranten achteruit gaat met leeftijd en verblijfsduur in het land van bestemming [ 8 , 9 ], lijkt dit niet het geval voor sterfte [ 10 , 11 ]. Eerdere studies laten zien dat verschillen in sterfte tussen migranten en niet-migranten ook op latere leeftijd blijven bestaan; ook op oudere leeftijden hebben migranten vaker een lagere sterfte vergeleken met niet-migranten [ 1013 ]. Echter, langer leven impliceert niet automatisch dat dit ook meer levensjaren in goede gezondheid met zich meebrengt [ 14 ]. Zo hebben migranten ongeacht hun leeftijd een lagere zelf-gerapporteerde gezondheid dan niet-migranten [ 15 ]. Op oudere leeftijd hebben zij zowel een slechtere fysieke als mentale gezondheid: zo vonden eerdere studies een slechtere zelf-gerapporteerde gezondheid, minder goed algemeen functioneren en meer beperkingen en depressie [ 9 , 12 , 16 ].

Om verschillen in gezondheid en sterfte tussen migranten en niet-migranten in kaart te brengen, is de gecombineerde studie van gezondheid en sterfte essentieel. De studie van de gezonde levensverwachting (GLV) is een geschikte manier om dit te doen, die bovendien een relatief eenvoudige vergelijking tussen landen toestaat. Tot op heden bestaan er nauwelijks studies die GLV bekijken naar migrantenherkomst (voor een uitzondering zie [ 12 ]) en deze vergelijken tussen landen (voor uitzonderingen zie [ 1720 ]). Studies over tijd laten zien dat ongelijkheden in gezonde levensverwachting zijn toegenomen [ 1921 ]. Ook deze studies hebben tot nu toe nauwelijks de bevolking verder gespecificeerd naar herkomst. Om zicht te krijgen op de vraag of gezondheidsverschillen tussen migranten en niet-migranten toe- of afnemen is een studie over tijd echter essentieel.

In dit artikel willen we deze leemte in de literatuur opvullen. Ons doel is ten eerste om de verschillen in GLV tussen ouderen met en zonder migratieachtergrond te vergelijken in drie Europese landen: België, Nederland en Engeland & Wales. Ten tweede willen we patronen over tijd in kaart brengen (voor Nederland en Engeland & Wales). Deze drie landen zijn geselecteerd op basis van een vergelijkbare levensverwachting bij de geboorte, een relatief vergelijkbare migratiegeschiedenis alsmede de beschikbaarheid van betrouwbare data.

Achtergrond bij studiepopulatie

De meerderheid van de ouderen in Noordwest-Europa met een migratieachtergrond zijn arbeidsmigranten uit de jaren 1960–1970 en migranten vanuit de voormalige koloniën [ 3 , 22 ]. Verder is migratie met de buurlanden voor ieder van de drie landen in de studie van belang wanneer we kijken naar de populatie ouderen van migrantenherkomst. Over het algemeen bestaat de populatie ouderen met migrantenherkomst uit eerste generatie migranten [ 2 , 23 ]. Eerste generatie migranten zijn degenen die zelf in het buitenland zijn geboren en op enig moment naar een (ander) land in Noordwest-Europa zijn gemigreerd. Echter, binnen de drie landen zijn de belangrijkste landen van herkomst van migranten verschillend als gevolg van verschillende koloniale banden alsmede het feit dat arbeidsmigranten uit verschillende landen kwamen (Middellandse Zeelanden in België en Nederland en de nieuwe Gemenebest landen in Engeland & Wales) [ 22 ]. In België zijn de grootste groepen arbeidsmigranten: de Italianen, Spanjaarden, Portugezen, Turken en Marokkanen. De grootste groep afkomstig uit de voormalige koloniën zijn de Congolezen [ 24 ]. De belangrijkste landen van herkomst van migranten boven de 50 jaar in Nederland zijn een duidelijke reflectie van de eerdere migratiegeschiedenis. De volgende landen zijn het belangrijkst: Duitsland, Indonesië, Suriname, België, Marokko en Turkije [ 23 ]. In Groot-Brittannië is de huidige populatie oudere migranten voor een derde afkomstig uit EU landen en het overige deel komt uit andere delen van de wereld, met name het Caribisch gebied en Zuidoost-Azië (hoofdzakelijk India, Pakistan en Bangladesh) [ 25 ].

Data en methoden

Data

Dit onderzoek focust zich puur op eerste generatie migranten en niet-migranten, van 50 jaar en ouder, in België (2001), Nederland (2001 en 2011) en Engeland & Wales (2001 en 2011). Op basis van hun herkomstland zijn migranten onderverdeeld in degenen met een westerse herkomst (Europa, Indonesië, de Verenigde Staten, Canada, Australië, Nieuw Zeeland of Japan) en niet-westerse herkomst [ 26 ]. In Engeland & Wales zijn personen geboren in andere delen van het Verenigd Koninkrijk ook geclassificeerd als westerse migranten.

Om de gezonde levensverwachting op 50-jarige leeftijd (GLV50) – d. w. z. het aantal resterende jaren dat naar verwachting in goede gezondheid geleefd kan worden – te kunnen berekenen, is gebruik gemaakt van jaarlijkse bevolkings-, sterfte- en gezondheidsdata naar geslacht, herkomst en vijf-jaarsleeftijdsgroepen (50–54, …, 85+), afkomstig uit registers, census en enquêtes verkregen van Statistiek België (StatBel), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Office for National Statistics (ONS) (zie tab. 1).

Tabel 1 Databronnen naar land en jaartal

land jaar bevolking sterfte zelf-gerapporteerde gezondheid
bron jaar bron jaar bron jaar
België 2001 census 2001 register 2002 censusa 2001
Nederland 2001 register 2001 register 2001 permanent Onderzoek LeefSituatie (POLS) & Gezondheidsenquêteb 2001
2011 2011 2011 2011
Engeland & Wales 2001 census 2001 sterftecertificaat 2001 census 2001
2011 2011 2011 2011

aData van de Belgische gezondheidsenquête zijn niet gebruikt vanwege het ontbreken van veel gegevens.bDe Gezondheidsenquête heeft het onderdeel over gezondheid in POLS na 2009 vervangen. Hierbij zijn geen grote veranderingen aan de vraag en antwoordmogelijkheden doorgevoerd met betrekking tot zelf-gerapporteerde gezondheid.

Zelf-gerapporteerde gezondheid is omgezet van de vijf originele categorieën (zeer goed, goed, redelijk, slecht, zeer slecht) naar een binaire variabele die uitsluitend goede gezondheid (goed tot zeer goed) versus een slechte gezondheid (zeer slecht tot redelijk) onderscheidt. In de 2001 census van Engeland & Wales was de zelf-gerapporteerde gezondheid echter geclassificeerd in drie categorieën (goed, redelijk goed, niet goed). Voor vergelijkbaarheidsdoeleinden hebben we de aanpassingsfactoren van ONS op deze data toegepast [ 27 ].

De Nederlandse enquête data zijn gewogen naar leeftijd, geslacht en andere demografische kenmerken, waaronder migratieachtergrond, om een goede afspiegeling van de nationale bevolking te kunnen garanderen [ 28 , 29 ]. In België ontbraken data omtrent zelf-gerapporteerde gezondheid voor ongeveer 5 % van de niet-migrantenbevolking en voor ongeveer 10 % van de migrantenbevolking. Daarom hebben we de Belgische zelf-gerapporteerde gezondheidsdata gewogen met behulp van simpele verhoudingsgewichten [ 30 ] gebaseerd op geslacht, leeftijd, migratieachtergrond, onderwijs en stedelijkheid van de verblijfsregio.

In 2001 was het percentage migranten met een leeftijd van 50 jaar of ouder 11,4 % in Engeland & Wales, 11,1 % in België en 7,6 % in Nederland (tab. 2). In alle drie de landen is de meerderheid van de oudere migranten van westerse herkomst. In 2011 was de meerderheid van de mannelijke migranten in Nederland en Engeland & Wales echter van niet-westerse herkomst. Personen geboren in andere delen van het Verenigd Koninkrijk vormden 23,9 % (2001) en 19,5 % (2011) van de migrantenbevolking in Engeland & Wales.

Tabel 2 Bevolking 50 jaar en ouder (N50+), en steekproefgrootte in de gezondheidsenquête (n50+) naar geslacht en herkomst, in België (2001), Nederland (2001–2011) en Engeland & Wales (2001–2011)

België Nederland Engeland & Wales
2001 2001 2011 2001 2011
N50+ N50+ n50+ N50+ n50+ N50+ N50+
mannen
totaal 1.587.355 2.306.401 24.637 2.842.126 12.369 7.991.367  9.114.457
niet-migranten 1.407.572 2.129.003 23.132 2.584.237 11.581 7.075.198  7.904.468
migranten   179.783   177.398  1.505   257.889    788   916.169  1.209.989
– westers   137.501    98.962  1.004   114.573    426   542.579    598.162
– niet-westers    42.282    78.436    501   143.316    362   373.590    611.827
vrouwen
totaal 1.915.005 2.667.522 26.317 3.143.038 13.340 9.419.478 10.271.387
niet-migranten 1.705.610 2.467.807 24.671 2.854.149 12.476 8.344.831  8.853.063
migranten   209.395   199.715  1.646   288.889    864 1.074.647  1.418.324
– westers   173.509   128.682  1.222   144.625    511   674.695    742.971
– niet-westers    35.886    71.033    424   144.264    353   399.952    675.353

Databron: StatBel, CBS en ONS.

Methoden

GLV50 is berekend met de Sullivan methode [ 31 ]. Om te testen of er verschillen waren in GLV50 tussen oudere migranten en niet-migranten, hebben we 95 % betrouwbaarheidsintervallen berekend [ 32 ]. Daarnaast hebben we het aandeel verwachte resterende levensjaren in goede gezondheid (GLV50/LV50) geschat, waar LV50 staat voor levensverwachting op 50-jarige leeftijd, berekend met behulp van standaard overlevingstafeltechnieken [ 33 ].

Trends over tijd in GLV50 naar migratieachtergrond zijn vastgesteld door zowel verschillen in GLV50 als in GLV50/LV50 tussen 2001 en 2011 te vergelijken. Decompositietechnieken zijn toegepast om te kunnen bepalen in welke mate de verschillen in GLV50 tussen groepen en de veranderingen in GLV50 over tijd toegeschreven kunnen worden aan verschillen in sterfte of aan verschillen in gezondheid [ 34 ].

Resultaten

Verschillen in GLV50 tussen migranten en niet-migranten

Ondanks het feit dat de levensverwachting op 50-jarige leeftijd (LV50) voor migranten hoger was dan voor niet-migranten in België (2001), Nederland en Engeland & Wales (2011), was de gezonde levensverwachting op 50-jarige leeftijd (GLV50) significant lager voor migranten dan voor niet-migranten in alle drie de landen in beide tijdsperiodes en voor zowel mannen als vrouwen (tab. 3).

Tabel 3 Gezonde levensverwachting op 50-jarige leeftijd (GLV50) en aandeel van de resterende levensjaren doorgebracht in goede gezondheid na leeftijd 50 (GLV50/LV50) naar geslacht en herkomst, in België (2001), Nederland (2001–2011) en Engeland & Wales (2001–2011)

België Nederland Engeland & Wales
GLV50 (95 % B. I.) GLV50/LV50 GLV50 (95 % B. I.) GLV50/LV50 GLV50 (95 % B. I.) GLV50/LV50
mannen 2001
totaal 14,48 (14,44; 14,52) 0,519 18,62 (18,40; 18,84) 0,664 18,47 (18,46; 18,48) 0,647
niet-migranten 14,71 (14,66; 14,75) 0,529 18,92 (18,69; 19,14) 0,672 18,59 (18,58; 18,60) 0,649
migranten 12,52 (12,41; 12,62) 0,443 14,88 (14,03; 15,72) 0,556 17,53 (17,50; 17,55) 0,637
– westers 12,61 (12,49; 12,73) 0,448 17,12 (16,16; 18,07) 0,644 17,61 (17,58; 17,65) 0,651
– niet-westers 12,32 (12,03; 12,60) 0,417 10,57 (8,72; 12,42) 0,381 17,43 (17,38; 17,48) 0,617
vrouwen 2001
totaal 15,29 (15,25; 15,32) 0,465 19,43 (19,19; 19,68) 0,599 19,82 (19,81; 19,83) 0,613
niet-migranten 15,61 (15,57; 15,64) 0,475 19,76 (19,51; 20,02) 0,607 19,94 (19,93; 19,95) 0,616
migranten 12,76 (12,66; 12,85) 0,385 15,23 (14,31; 16,15) 0,491 19,02 (18,99; 19,05) 0,598
– westers 13,16 (13,05; 13,26) 0,395 17,12 (16,06; 18,18) 0,554 19,78 (19,74; 19,82) 0,624
– niet-westers 11,51 (11,19; 11,82) 0,343 11,60 (9,67; 13,53) 0,361 17,83 (17,77; 17,88) 0,555
mannen 2011
totaal 20,83 (20,55; 21,10) 0,675 18,71 (18,70; 18,72) 0,598
niet-migranten 21,09 (20,80; 21,37) 0,681 18,82 (18,81; 18,83) 0,601
migranten 17,18 (15,99; 18,37) 0,575 17,98 (17,95; 18,01) 0,580
– westers 18,79 (17,36; 20,22) 0,640 18,26 (18,22; 18,29) 0,608
– niet-westers 15,20 (12,68; 17,72) 0,488 17,72 (17,68; 17,77) 0,548
vrouwen 2011
totaal 20,68 (20,37; 20,99) 0,603 19,67 (19,66; 19,68) 0,570
niet-migranten 20,95 (20,63; 21,27) 0,610 19,89 (19,87; 19,90) 0,577
migranten 16,77 (15,47; 18,06) 0,501 18,41 (18,39; 18,44) 0,528
– westers 18,43 (16,94; 19,92) 0,558 20,02 (19,98; 20,05) 0,583
– niet-westers 14,49 (11,44; 17,54) 0,417 16,53 (16,48; 16,58) 0,463

Databron: StatBel, CBS en ONS.

Dit gold voornamelijk voor migranten met een niet-westerse herkomst. Voor Nederland vinden we de grootste ongelijkheden in GLV50 tussen westerse en niet-westerse migranten. Het geschatte aandeel van de resterende levensjaren in goede gezondheid na leeftijd 50 (GLV50/LV50) toont hetzelfde beeld, behalve voor Engeland & Wales waar westerse migranten kunnen verwachten een iets groter deel van hun resterende levensjaren in goede gezondheid te leven dan niet-migranten.

Ongelijkheden in GLV50 tussen herkomstgroepen waren voornamelijk toe te schrijven aan verschillen in zelf-gerapporteerde gezondheid (tab. 4). Sterfte droeg vaak in tegengestelde richting bij, behalve in Engeland & Wales.

Tabel 4 Decompositie van de verschillen in gezonde levensverwachting op 50-jarige leeftijd (GLV50) tussen herkomstgroepen naar geslacht, in België (2001), Nederland (2001, 2011) en Engeland & Wales (2001, 2011)

2001 2011
verschil in GLV50 verschil dankzij verschil in GLV50 verschil dankzij
sterfte (%) zelf-gerapporteerde gezondheid (%) sterfte (%) zelf-gerapporteerde gezondheid (%)
verschil tussen niet-migranten en migranten
mannen
– België 2,19*   −9,6  109,6
– Nederland 4,04*   19,1   80,9  3,90*   15,9  84,1
– Engeland & Wales 1,06*   61,2   38,8  0,84*   18,7  81,3
vrouwen
– België 2,85*   −3,8  103,8
– Nederland 4,53*   17,7   82,3  4,19*    9,3  90,7
– Engeland & Wales 0,93*   29,3   70,7  1,47*   −8,7 108,7
verschil tussen niet-migranten en westerse migranten
mannen
– België 2,10*   −8,1  108,1
– Nederland 1,80*   49,6   50,4  2,29*   41,1  58,9
– Engeland & Wales 0,97*   94,1    5,9  0,56*  105,3  −5,3
vrouwen
– België 2,45*   −6,7  106,7
– Nederland 2,64*   32,8   67,2  2,52*   24,6  75,4
– Engeland & Wales 0,16*  214,7 −114,7 −0,13*  −63,2 163,2
verschil tussen niet-migranten en niet-westerse migranten
mannen
– België 2,39*  −21,5  121,5
– Nederland 8,34*    1,9   98,1  5,88*   −1,5 101,5
– Engeland & Wales 1,15*   20,9   79,1  1,10*  −32,5 132,5
vrouwen
– België 4,10*   −3,1  103,1
– Nederland 8,16*    2,6   97,4  6,46*   −3,3 103,3
– Engeland & Wales 2,12*    5,4   94,6  3,36*  −11,9 111,9
verschil tussen westerse migranten en niet-westerse migranten
mannen
– België 0,29 −119,4  219,4
– Nederland 6,55*   −8,1  108,1  3,59  −27,6 127,6
– Engeland & Wales 0,18* −356,3  456,3  0,53* −172,6 272,6
vrouwen
– België 1,65*    0,5   99,5
– Nederland 5,52*  −11,3  111,3  3,94  −24,3 124,3
– Engeland & Wales 1,96*  −11,6  111,6  3,49*  −13,8 113,8

Databron: StatBel, CBS en ONS.*Statistisch significant (p < 0,05).

Veranderingen over tijd in GLV50 tussen 2001 en 2011

Tussen 2001 en 2011 is de kloof in GLV50 tussen migranten, met name niet-westerse migranten, en niet-migranten kleiner geworden in Nederland en voor mannen in Engeland & Wales, terwijl hij groter is geworden voor vrouwen in Engeland & Wales (tab. 3). Kijken we echter naar de verandering in GLV50/LV50, dan zien we dat ongelijkheden in gezondheid tussen migranten en niet-migranten zijn toegenomen voor zowel mannen en vrouwen in Engeland & Wales. Ondanks dat niet-westerse migranten de groep met de laagste GLV50 en GLV50/LV50 bleven in Nederland, is de kloof tussen niet-migranten en westerse migranten enigszins kleiner geworden. Verbeteringen in GLV50 waren, globaal gezien, voornamelijk toe te schrijven aan een afname in sterfte (tab. 5).

Tabel 5 Decompositie van de verandering over tijd in gezonde levensverwachting op 50-jarige leeftijd (GLV50) tussen 2001 en 2011 naar geslacht en herkomst, in Nederland en Engeland & Wales (2001–2011)

Nederland Engeland & Wales
verschil in GLV50 verschil dankzij verschil in GLV50 verschil dankzij
sterfte (%) zelf-gerapporteerde gezondheid (%) sterfte (%) zelf-gerapporteerde gezondheid (%)
mannen
totaal 2,21* 75,4 24,6  0,25*   533,0 −433,0
niet-migranten 2,17* 76,7 23,3  0,23*   547,2 −447,2
migranten 2,30* 72,6 27,4  0,45*   371,5 −271,5
– westers 1,67 95,0  5,0  0,64*   232,4 −132,4
– niet-westers 4,63* 30,1 69,9  0,29*   636,6 −536,6
vrouwen
totaal 1,25* 71,3 28,7 −0,15*  −609,9  709,9
niet-migranten 1,19* 71,6 28,4 −0,06* −1502,9 1602,9
migranten 1,54 80,5 19,5 −0,60*  −205,9  305,9
– westers 1,31 83,3 16,7  0,24*   473,3 −373,3
– niet-westers 2,89 41,8 58,2 −1,30*  −103,7  203,7

Databron: StatBel, CBS and ONS.*Statistisch significant (p < 0,05).

Discussie

Onder mannen en vrouwen in de drie bestudeerde landen leven migranten van 50 jaar en ouder naar verwachting minder jaren in goede gezondheid dan niet-migranten. Niet-westerse migranten hadden over het algemeen de laagste GLV50, vooral in Nederland. Verschillen in GLV50 tussen – met name niet-westerse – migranten en niet-migranten bleken voornamelijk bepaald door verschillen in zelf-gerapporteerde gezondheid. Tussen 2001 en 2011 zijn in Nederland de ongelijkheden tussen migranten en niet-migranten in zowel GLV50 als GLV50/LV50 verminderd. In Engeland & Wales zijn puur voor mannen de ongelijkheden in GLV50 tussen migranten en niet-migranten afgenomen, terwijl de ongelijkheid in GLV50/LV50 tussen migranten en niet-migranten voor zowel mannen als vrouwen toenam. Verbeteringen in GLV50 kunnen voornamelijk toegeschreven worden aan sterfte afname.

Evaluatie van de data en methoden

Hoewel onze studie gebaseerd is op betrouwbare bevolkings- en gezondheidsdata, zijn er een aantal kanttekeningen te maken.

Ten eerste is het gebruik van zelf-gerapporteerde gezondheid bij de vergelijking van verschillende migrantengroepen mogelijk problematisch omdat gezondheid anders geïnterpreteerd kan worden door verschillende migrantengroepen [ 35 ]. Seo et al. [ 36 ] vonden echter dat verschillen in antwoordpatronen niet per se samenhangen met herkomst, maar eerder bepaald worden door de taal waarin geantwoord wordt. De census en de enquêtes hanteren enkel de nationale taal wat mogelijk als gevolg heeft dat een selectieve groep migranten heeft deelgenomen. Terwijl het overgrote merendeel de gezondheidsvraag heeft beantwoord, ontbreekt deze informatie voor een klein percentage. ONS heeft daarom ontbrekende waardes geïmputeerd. We hebben, net als het CBS voor de Nederlandse data, weging op de Belgische data toegepast. Bovendien zijn onze resultaten vergelijkbaar met studies over oudere migranten die meer objectieve gezondheidsindicatoren gebruikten zoals depressie, functioneren, of beperkingen [ 9 , 12 , 16 ].

Ten tweede zijn er, meer in het algemeen, mogelijke vergelijkbaarheidsproblemen tussen de landen en over tijd. Zelfs wanneer hetzelfde vraagformat is gebruikt, kunnen de uitkomsten van zelf-gerapporteerde gezondheid in de enquêtes variëren door nationale verschillen in respons, steekproefgrootte en meetmethodes [ 37 ]. Het feit dat in de Nederlandse steekproef de geïnstitutionaliseerde bevolking niet is meegenomen kan er bijvoorbeeld toe hebben geleid dat GLV50 overschat is. Het gebruik van aanpassingsfactoren om de drie antwoordcategorieën voor zelf-gerapporteerde gezondheid in Engeland & Wales in 2001 om te zetten naar vijf categorieën, heeft vergelijking tussen landen en over tijd mogelijk gemaakt, maar hierbij dient wel opgemerkt te worden dat de aanpassingsfactoren minder betrouwbaar zijn onder de alleroudsten [ 27 ]. Om de invloed van deze laatste twee data tekortkomingen op onze GLV50 schattingen te beoordelen, hebben we een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd waarbij de bevolking van 80 jaar en ouder is uitgesloten. We berekenden daarvoor de tijdelijke gezonde levensverwachting tussen de leeftijd van 50 en 79 (TGLV50–79) aan de hand van de Sullivan methode ([ 31 ]; bijlage tab. 6). Dit resulteerde grotendeels in dezelfde algemene bevindingen als voor GLV50. Voor vrouwen in Engeland & Wales nam de TGLV50–79 echter toe tussen 2001 en 2011, terwijl de GLV50, overigens tegengesteld aan het resultaat voor mannen in England & Wales, afnam. Hier zou dus mogelijk een effect van de aanpassing van de antwoordcategorieën voor zelf-gerapporteerde gezondheid mee kunnen spelen. Voor Nederland liet TGLV50–79 daarnaast een kleiner verschil tussen niet-migranten en niet-westerse migranten zien dan voor GLV50. De geobserveerde grote gezondheidsongelijkheden van migranten in Nederland zouden dus deels toegeschreven kunnen worden aan het puur beschouwen van de niet-geïnstutionaliseerde bevolking. Al met al is voorzichtigheid geboden bij het vergelijken van de meer specifieke uitkomsten tussen de landen.

Ten slotte werden bewoners in Engeland en Wales die zijn geboren in andere delen van het Verenigd Koninkrijk geclassificeerd als westerse migranten. Aangezien de migratietrajecten van deze ‘interne migranten’ waarschijnlijk aanzienlijk verschillen van die van internationale migranten, hebben we een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd waarin we Schotse en Noord-Ierse personen niet meenamen in de analyses. Dit heeft de resultaten niet substantieel doen veranderen en de conclusies van de vergelijking van GLV50 en GLV50/LV50 tussen groepen over tijd bleven daarbij gelijk (bijlage tab. 7).

Het gebruik van een gecombineerde maat van sterfte en gezondheid (GLV) om ongelijkheden in gezondheid en sterfte tussen migranten en niet-migranten te bestuderen bleek van toegevoegde waarde. Zo lieten de resultaten van de decompositie zien hoe gezondheid en sterfte niet noodzakelijk een zelfde patroon volgen.

Interpretatie van de resultaten

Onze resultaten laten op een consistente wijze zien dat de GLV voor oudere migranten, vooral van niet-westerse herkomst, lager was dan van niet-migranten. In de meeste gevallen waren de verschillen voornamelijk toe te schrijven aan verschillen in zelf-gerapporteerde gezondheid. Onze resultaten zijn dus consistent met die van eerdere studies die puur gezondheid als uitkomstmaat hadden. Deze studies toonden aan dat oudere migranten in Europa vergeleken met niet-migranten een slechtere zelf-gerapporteerde gezondheid hebben en meer chronische aandoeningen, beperkingen en depressies [ 9 , 12 , 16 ]. De slechte gezondheid onder westerse en niet-westerse migranten wordt vaak verklaard door verscheidene individuele en omgevingsfactoren, inclusief economische onzekerheid en/of problemen, slechte(re) woon- en werkomstandigheden, beperkte(re) toegang tot gezondheidszorg, culturele en taalbarrières, en een kleiner sociaal netwerk ter plekke, of zelfs sociale uitsluiting [ 38 ]. Daarnaast zijn oudere niet-westerse migranten vergeleken met niet-migranten mogelijk meer vatbaar voor het oplopen van ziektes gerelateerd aan eventuele ontberingen in het land van herkomst eerder in hun leven [ 39 ].

Onze bevinding dat de bijdrage van sterfte aan verschillen in GLV50 tussen migranten en niet-migranten vaak klein was en soms zelfs bijdroeg in de tegengestelde richting, kan gerelateerd worden aan de ‘migrant mortality paradox’ [ 6 , 7 , 40 ].

In Engeland & Wales zijn de ongelijkheden in GLV50 tussen migranten en niet-migranten afgenomen onder mannen, maar toegenomen onder vrouwen. De GLV50/LV50 ongelijkheidskloof tussen migranten en niet-migranten is er echter toegenomen voor zowel mannen als vrouwen. Het verschillend resultaat voor GLV50 versus GLV50/LV50 onder mannen komt doordat de kleine verbeteringen in GLV niet in staat waren om de veel grotere ontwikkelingen in LV bij te houden, door een expansie van morbiditeit. De toename van het verschil in GLV50 tussen migranten en niet-migranten onder vrouwen komt doordat GLV50 afnam onder migranten, terwijl het vrijwel gelijk bleef onder niet-migranten (zie tab. 5). De afname in GLV50 onder vrouwelijke migranten komt puur voor onder niet-westerse migranten en wordt vooral gedreven door gezondheid (zie tab. 5). Meer specifiek lieten niet-westerse migranten in Engeland & Wales een sterke afname in de prevalentie van goede zelf-gerapporteerde gezondheid zien. De toename in de GLV50/LV50 ongelijkheidskloof tussen migranten en niet-migranten voor zowel mannen als vrouwen in Engeland & Wales volgt een meer algemeen patroon van toegenomen ongelijkheid, zoals de toename in verschillen in GLV tussen lokale gebieden in Groot-Brittannië [ 19 ] of tussen Europese landen [ 20 ]. Economische tegenspoed door de economische crisis vanaf 2008 kan wellicht verklaren waarom zelf-gerapporteerde gezondheid niet is verbeterd over tijd [ 41 ], voornamelijk onder niet-westerse migranten, die vaak kwetsbaar zijn voor economische neergang gegeven hun zwakkere sociaaleconomische positie [ 42 ]. Groot-Brittannië was zwaarder dan het EU-gemiddelde getroffen door de 2008 economische crisis, wat – in de praktijk – een daling van gezondheidsuitgaven tot gevolg had [ 43 ].

Voor Nederland laten onze resultaten echter zien dat de ongelijkheid tussen migranten en niet-migranten in zowel GLV50 als in GLV50/LV50 afnam over de tijd. Dit kwam vooral doordat onder migranten de GLV50 sterker toenam over tijd dan voor niet-migranten (zie tab. 5). Dit betrof puur de niet-westerse migranten. Deze sterke toename in GLV50 onder niet-westerse migranten in Nederland komt voornamelijk door verbeteringen in zelf-gerapporteerde gezondheid (tab. 5). Een mogelijke verklaring hiervoor is dat, anders dan in de meeste andere Europese landen waaronder het Verenigd Koninkrijk, overheidsuitgaven aan gezondheid in Nederland zijn toegenomen na de crisis van 2008, en dat maatregelen gericht op het verlichten van de druk op medische diensten zijn geïmplementeerd [ 44 ]. Blijkbaar had dit niet alleen belangrijke sterftedalingen in Nederland tot gevolg, maar leidde dit voor niet-westerse migranten – die behoorlijk achter lagen op het gebied van gezondheid – ook tot een belangrijke verbetering in de gezondheid.

Algemene conclusie

Onze analyse naar verschillen in gezondheid en sterfte tussen oudere migranten en niet-migranten in drie landen over een periode van 10 jaar leidde tot enkele belangrijke nieuwe bevindingen. Zelf-gerapporteerde gezondheid in plaats van sterfte lijkt de belangrijkste verklarende factor achter ongelijkheden in GLV tussen migranten en niet-migranten. Interventies gericht op het verminderen van ongelijkheden in gezondheid en sterfte tussen oudere migranten en niet-migranten zouden zich moeten focussen op preventie in plaats van behandeling, en zich moeten richten op de meest achtergestelde groepen: de niet-westerse migranten.

 

Dit artikel is een Nederlandse bewerking van Reus-Pons M, Kibele EUB, Janssen F (2017). Differences in healthy life expectancy between older migrants and non-migrants in three European countries over time. International Journal of Public Health 62:531–540.

Literatuurlijst

  1. Rechel B, Mladovsky P, Devillé W, Rijks B, Petrova-Benedict R, McKee M. Rechel B. Mladovsky P. Devillé W. Rijks B. Petrova-Benedict R. McKee M. Migration and health in the European Union: an introduction. In: Migration and health in the European Union. Berkshire: Open University Press; 2011. pag. 3-13.
  2. De Valk HAG, Fokkema T. Apt W. Health among older populations of migrant origin. In: Final report: demographic change and migration. Berlin: VDI/VDE/IT; 2018. pag. 40-52.
  3. Lanzieri G. Fewer, older and multicultural?: projections of the EU populations by foreign/national background. Luxemburg: Eurostat; 2011.
  4. Nørredam M, Krasnik A. Rechel B. Mladovsky P. Devillé W. Rijks B. Petrova-Benedict R. McKee M. Migrants’ access to health services. In: Migration and health in the European Union. Berkshire: Open University Press; 2011. pag. 67-80.
  5. International Organization for Migration; 2009.
  6. Abraido-Lanza AF, Dohrenwend BP, Ng-Mak DS, Turner JB. The Latino mortality paradox: a test of the “salmon bias” and healthy migrant hypotheses. Am J Public Health. 1999;891543-1548. 10.2105/AJPH.89.10.1543
  7. Razum O, Zeeb H, Akgun HS, Yilmaz S. Low overall mortality of Turkish residents in Germany persists and extends into a second generation: merely a healthy migrant effect?. Trop Med Int Health. 1998;3297-303. 10.1046/j.1365-3156.1998.00233.x
  8. Ronellenfitsch U, Razum O. Deteriorating health satisfaction among immigrants from Eastern Europe to Germany. Int J Equity Health. 2004;-10.1186/1475-9276-3-4
  9. Lanari D, Bussini O. International migration and health inequalities in later life. Ageing Soc. 2012;32935-962. 10.1017/S0144686X11000730
  10. Markides KS, Eschbach K. Aging, migration, and mortality: current status of research on the hispanic paradox. J Gerontol B Psychol Sci Soc Sci. 2005;60(Spec No 2):68-75. 10.1093/geronb/60.Special_Issue_2.S68
  11. Reus-Pons M, Vandenheede H, Janssen F, Kibele EU. Differences in mortality between groups of older migrants and older non-migrants in Belgium, 2001-09. Eur J Public Health. 2016;26992-1000. 10.1093/eurpub/ckw076
  12. Carnein M, Milewski N, Doblhammer G, Nusselder WJ. Doblhammer G. Health inequalities of immigrants: patterns and determinants of health expectancies of Turkish migrants living in Germany. In: Health among the elderly in Germany: new evidence on disease, disability and care need. Leverkusen: Barbara Budrich; 2014. pag. 157-190.
  13. Lariscy JT, Hummer RA, Hayward MD. Hispanic older adult mortality in the United States: new estimates and an assessment of factors shaping the Hispanic paradox. Demography. 2015;521-14. 10.1007/s13524-014-0357-y
  14. Uitenbroek DG, Verhoeff AP. Life expectancy and mortality differences between migrant groups living in Amsterdam, The Netherlands. Soc Sci Med. 2002;541379-1388. 10.1016/S0277-9536(01)00120-4
  15. Nielsen SS, Krasnik A. Poorer self-perceived health among migrants and ethnic minorities versus the majority population in Europe: a systematic review. Int J Public Health. 2010;55357-371. 10.1007/s00038-010-0145-4
  16. Sole-Auro A, Crimmins EM. Health of immigrants in European countries. Int Migr Rev. 2008;42861-876. 10.1111/j.1747-7379.2008.00150.x
  17. Jagger C, Gillies C, Moscone F, Cambois E, Van Oyen H, Nusselder W. Inequalities in healthy life years in the 25 countries of the European Union in 2005: a cross-national meta-regression analysis. Lancet. 2008;3722124-2131. 10.1016/S0140-6736(08)61594-9
  18. Jagger C, Weston C, Cambois E, Van Oyen H, Nusselder W, Doblhammer G. Inequalities in health expectancies at older ages in the European Union: findings from the Survey of Health and Retirement in Europe (SHARE). J Epidemiol Community Health. 2011;651030-1035. 10.1136/jech.2010.117705
  19. Wohland P, Rees P, Gillies C, Alvanides S, Matthews FE, O’Neill V. Drivers of inequality in disability-free expectancy at birth and age 85 across space and time in Great Britain. J Epidemiol Community Health. 2014;68826-833. 10.1136/jech-2014-204083
  20. Fouweather T, Gillies C, Wohland P, Van Oyen H, Nusselder W, Robine JM. Comparison of socio-economic indicators explaining inequalities in healthy life years at age 50 in Europe: 2005 and 2010. Eur J Public Health. 2015;25978-983. 10.1093/eurpub/ckv070
  21. Hu Y, van Lenthe FJ, Borsboom GJ, Looman CW, Bopp M, Burstrom B. Trends in socioeconomic inequalities in self-assessed health in 17 European countries between 1990 and 2010. J Epidemiol Community Health. 2016;70644-652. 10.1136/jech-2015-206780
  22. Van Mol C, de Valk HAG. Garcés-Mascareñas B. Penninx R. Migration and immigrants in Europe: a historical and demographic perspective. In: Integration processes and policies in Europe: contexts, levels and actors. Dordrecht: Springer; 2016. pag. 31-55.
  23. de Valk HAG. Apt W. Final report: demographic change and migration. Berlin: VDI/VDE/IT; 2018.
  24. Talloen D, Verstraete J, Chech J. In: Oudere allochtonen, senioren van bij ons: lessen uit de praktijk. Brussel: Koning Boudewijn Stichting; 2012.
  25. Falkingham J, Evandrou M, Hämäläinen S, Vlachanthoni A. Apt W. United Kingdom. In: Final report: demographic change and migration. Berlin: VDI/VDE/IT; 2018. pag. 152-159.
  26. Definitie Westerse migrant. 2016.
  27. Smith M, White C. An investigation into the impact of question change on estimates of general health status and healthy life expectancy. Health Stat Q. 2009;4128-41. 10.1057/hsq.2009.6
  28. Informatie over POLS. 2016.
  29. Informatie over de Gezondheidsenquête. 2016.
  30. Fawcett J, Blakely T, Atkinson J. In: Weighting the 81, 86, 91 and 96 census-mortality cohorts to adjust for linkage bias. 2002.
  31. Sullivan DF. A single index of mortality and morbidity. HSMHA Health. Rep.. 1971;86347-354. 10.2307/4594169
  32. Jagger C, Cox B, Le Roy S. In: EHEMU health expectancy calculation by the Sullivan method: a practical guide. 2006.
  33. Preston SH, Heuveline P, Guillot M. In: Demography: measuring and modelling population processes. Oxford: Blackwell; 2000.
  34. Nusselder WJ, Looman CW. Decomposition of differences in health expectancy by cause. Demography. 2004;41315-334. 10.1353/dem.2004.0017
  35. Chandola T, Jenkinson C. Validating self-rated health in different ethnic groups. Ethn Health. 2000;5151-159. 10.1080/713667451
  36. Seo S, Chung S, Shumway M. How good is “very good”? Translation effect in the racial/ethnic variation in self-rated health status. Qual Life Res. 2014;23593-600. 10.1007/s11136-013-0522-6
  37. Croezen S, Burdorf A, van Lenthe FJ. Self-perceived health in older Europeans: Does the choice of survey matter?. Eur J Public Health. 2016;26686-692. 10.1093/eurpub/ckw017
  38. Gushulak B, Pace P, Weekers J. Koller T. Migration and health of migrants. In: Poverty and social exclusion in the WHO European region: health systems respond. Copenhagen: WHO Regional Office for Europe; 2010. pag. 257-281.
  39. Razum O, Twardella D. Time travel with Oliver Twist—towards an explanation foa a paradoxically low mortality among recent immigrants. Trop Med Int Health. 2002;74-10. 10.1046/j.1365-3156.2002.00833.x
  40. Riosmena F, Wong R, Palloni A. Migration selection, protection, and acculturation in health: a binational perspective on older adults. Demography. 2013;501039-1064. 10.1007/s13524-012-0178-9
  41. Clair A, Reeves A, Loopstra R, McKee M, Dorling D, Stuckler D. The impact of the housing crisis on self-reported health in Europe: multilevel longitudinal modelling of 27 EU countries. Eur J Public Health. 2016;26788-793. 10.1093/eurpub/ckw071
  42. International Organization for Migration; 2010.
  43. Karanikolos M, Mladovsky P, Cylus J, Thomson S, Basu S, Stuckler D. Financial crisis, austerity, and health in Europe. Lancet. 2013;3811323-1331. 10.1016/S0140-6736(13)60102-6
  44. Mladovsky P, Srivastava D, Cylus J, Karanikolos M, Evetovits T, Thomson S. In: Health policy responses to the financial crisis in Europe. Copenhagen: Observatory on Health Systems and Policies (WHO Europe); 2012.