Inleiding

Om te voorzien in kwaliteitsvolle en kosteneffectieve ouderenzorg wordt er in toenemende mate gebruik gemaakt van technologieën voor contactloze monitoring. Het doel van dit systematisch literatuuronderzoek is het exploreren van de attitudes en percepties van ouderen ten aanzien van contactloze monitoringsystemen.

Methodologie

Relevante studies zijn geïdentificeerd via een uitgebreide zoekstrategie in de gecomputeriseerde bestanden van Medline, Embase en Cinahl voor studies gepubliceerd tussen januari 1990 en 19 augustus 2012; via een referentielijst aangeboden door een groep van experts in dit onderzoeksdomein en via de referentielijsten van alle relevante studies.

Resultaten

Negen studies met een kwalitatief onderzoeksdesign en één studie met een gecombineerd onderzoeksdesign werden geïncludeerd. Diverse facetten van de attitudes, percepties en behoeften van ouderen als potentiële of actuele gebruikers van contactloze monitoring worden in vijf thematische clusters besproken. Hierbij gaat het om de percepties van ouderen over het potentiële nut van contactloze monitoring, over de communicatie van informatie die via monitoring verkregen wordt, diverse bezorgdheden bij het gebruik van contactloze monitoring en participatie en inspraak van de gemonitorde persoon. Al deze facetten kunnen de bereidheid van ouderen tot acceptatie van deze monitoringsystemen beïnvloeden.

Conclusies

Dit onderzoek kan technologieontwikkelaars en zorgaanbieders belangrijke informatie bieden om te zorgen dat monitoringsystemen tegemoetkomen aan de behoeften, bezorgdheden en wensen van hun gebruikers en aldus succesvol geïntegreerd kunnen worden in de dagelijkse praktijk. Verdere exploratie van de attitudes en percepties van ouderen ten aanzien van contactloze monitoringsystemen via kwalitatief en kwantitatief onderzoek met een goede methodologische kwaliteit is vereist.

Introduction

Technologies for contactless monitoring are increasingly used in order to contribute to qualitative and cost-effective care for older persons. The purpose of this systematic literature review is to explore the attitudes and perceptions of older persons towards the use of systems for contactless monitoring.

Methodology

Relevant studies were identified through an extensive search strategy in Medline, Embase and Cinahl for studies published between January 1990 and August 19 2012; using a reference list offered by a group of experts in this field of research and through the exploration of the reference lists of all relevant studies.

Results

Nine studies with a qualitative study design and one study with a combined study design were included in this literature review. Various aspects of the attitudes, perceptions and needs of older persons as potential or actual end-users of contactless monitoring are discussed in five themes. This refers to the perceptions of older persons on the potential usefulness of contactless monitoring, the communication of information obtained through monitoring, several concerns when contactless monitoring is used and the participation and involvement of the person who is monitored. All these facets can influence the willingness of older people to accept these monitoring systems.

Conclusions

This review can offer technology developers and care providers useful information to promote acceptance and successful integration of systems for contactless monitoring into daily practice by ensuring that they meet the needs, concerns and wishes of older persons as their end-users. Further exploration of the attitudes and perceptions of older people towards contactless monitoring through qualitative and quantitative research with a good methodological quality is required.


249 Weergaven
12 Downloads
Lees verder

Inleiding

Demografische veranderingen met een gestaag toenemende vergrijzing zorgen ervoor dat de vraag naar ouderzorg stijgt.12 De Belgische cijfers over de bevolkingsvooruitzichten tussen 2010 en 2060 illustreren dat de leeftijdsgroep (70- plussers), die de grootste uitgaven en druk op de ouderenzorg met zich meebrengt, fors zal blijven toenemen. De voorziening van kwaliteitsvolle en kosteneffectieve ouderenzorg wordt hierdoor steeds belangrijker.1

Veroudering kan leiden tot een gestage afname van de fysieke, zintuigelijke en cognitieve functies en kan samen met gezondheidsproblemen het uitvoeren van dagelijkse levensactiviteiten en het behoud van de gezondheid en veiligheid voor ouderen bemoeilijken.145 Desondanks vinden veel ouderen het behoud van onafhankelijkheid zeer belangrijk. De meerderheid van de ouderen wil zo lang mogelijk veilig in hun eigen vertrouwde thuisomgeving blijven wonen.1456

Om aan deze uitdagingen tegemoet te komen, worden in toenemende mate technologieën voor monitoring van ouderen in de thuissituatie ontwikkeld.4578 In de literatuur wordt frequent de term ‘smart home’ technologieën gebruikt.7 Het gaat om een woning of residentiële setting die uitgerust is met technologie om de activiteiten van de bewoners te monitoren en hun behoud van onafhankelijkheid, veiligheid, een goede gezondheid en kwaliteit van leven te ondersteunen.579101112 Hierbij worden onder meer verschillende soorten contactloze sensoren geïntegreerd in de infrastructuur van de woning. Voorbeelden zijn bewegings-, geluids-, temperatuur- of druksensoren, sensoren in een bedmatras om fysieke beweging in bed en vitale parameters te monitoren, videocamera’s en sensoren die het verbruik van nutsvoorzieningen zoals water, gas en elektriciteit meten. Ze vereisen geen besturing door de bewoners en dienen niet aan of in het lichaam of de kledij van de persoon bevestigd of geïmplanteerd te worden.10 Via analyse van de verkregen data worden de Basis en complexere, Instrumentele Activiteiten van het Dagelijks Leven van de bewoners, zoals zich wassen, slapen, toiletbezoek (B-ADL), koken, een telefoongesprek voeren of medicatiebeheer (I-ADL) gevolgd.913 Zo worden de mate van zelfredzaamheid en veiligheid van de ouderen in kaart gebracht en kan men zowel acute als graduele abnormale veranderingen detecteren. Voorbeelden zijn de detectie van acute noodsituaties, zoals een valincident, de plotselinge afwezigheid van activiteit in de woning, een gasvlam of waterkraan die blijft aanstaan of graduele veranderingen, zoals een geleidelijke afname van de (I-)ADL-activiteiten, slaap- of gedragsstoornissen.9 Door deze informatie te delen met mantelzorgers en professionele hulpverleners kan in acute situaties tijdig hulp geboden worden door een alarmsignaal uit te sturen en kunnen bij graduele veranderingen diverse gezondheidsproblemen, zoals dementie, vroegtijdig opgespoord worden en de zorgverlening voor de oudere tijdig opgestart of aangepast worden. Zo zou de oudere langer thuis kunnen blijven wonen, de levenskwaliteit verbeterd 71415 en de werkbelasting van de zorgverleners mogelijk verminderd worden.269

Sinds de jaren negentig hebben wereldwijd verschillende projecten het gebruik van contactloze sensoren in de ouderenzorg geëxploreerd.71516 De succesvolle integratie van deze langetermijnmonitoring in het dagelijks leven van ouderen is in sterke mate afhankelijk van hun acceptatie van deze systemen. Hun percepties en attitudes ten aanzien van de monitoring hebben hierop een belangrijke invloed.89 Systemen die door de gebruikers negatief worden ervaren, hebben meer kans om afgewezen te worden en vice versa. Door de behoeften en eventuele vooroordelen van ouderen, als gebruikers van monitoring, in kaart te brengen en monitoringssystemen tijdens hun ontwikkeling en implementatie hierop af te stemmen, kan hun acceptatie bevorderd worden.1915

In dit kader wilt deze literatuurstudie een antwoord geven op volgende onderzoeksvraag: ‘Wat zijn de attitudes en percepties van ouderen ten aanzien van de automatische monitoring van activiteiten van het dagelijks leven door middel van contactloze sensoren?’.

Methodologie

Inclusie- en exclusiecriteria

De volgende inclusiecriteria worden gehanteerd: (I) studies bij personen van 65 jaar of ouder woonachtig in de thuissituatie, een serviceflat of voorzieningen in de residentiële sector; (II) studies waarbij contactloze monitoringssystemen voor de (instrumentele) activiteiten van het dagelijks leven voorgesteld worden aan ouderen of daadwerkelijk geïmplementeerd worden in hun leefomgeving; (III) studies waarbij de attitudes en percepties van ouderen ten aanzien van deze monitoringssystemen in kaart worden gebracht; (IV) primaire studies met een kwalitatief of kwantitatief onderzoeksdesign; (V) Nederlandstalige of Engelstalige publicaties die in volledige tekst beschikbaar zijn via de gecomputeriseerde bestanden van Medline, Embase of Cinahl.

Zoekstrategie

Om relevante studies te identificeren, is een drieledige zoekstrategie gebruikt. Ten eerste zijn Medline, Embase en Cinahl doorzocht tussen januari 1990 en 19 augustus 2012 met verschillende combinaties van de Mesh-termen: ‘aged’, ‘activities of daily living’, ‘ambulatory monitoring’, ‘security measures’, ‘telemetry’, ‘privacy’, ‘confidentiality’, ‘attitude’, ‘perception’ en de vrije zoektermen: ‘daily life activity’, ‘monitoring’, ‘sensor’, ‘telehealth’, ‘telemonitoring’, ‘perspectives’, ‘personal experience’ en ‘life experiences’. Vervolgens is een referentielijst met literatuur, aangeboden door een expertgroep in dit onderzoeksdomein, geraadpleegd. Tot slot is via de sneeuwbalmethode gezocht naar bijkomende studies.

Kritische beoordeling van studies

De methodologische kwaliteit van de kwalitatieve studies is beoordeeld met twee instrumenten. Als basis wordt het VAKS-instrument (Deens acroniem voor de kwaliteitsbeoordeling van kwalitatief onderzoek; zie Tabel 1) gebruikt.1920 Aanvullend worden 14 items uit het COREQinstrument (Consolidated criteria for Reporting Qualitative research; zie Tabel 1) gebruikt omdat in alle geïncludeerde kwalitatieve studies data verzameld worden via interviews en focusgroepen.21 In deze literatuurstudie wordt voor beide instrumenten eenzelfde aangepast scoresysteem gebruikt om de geïncludeerde studies onderling beter te kunnen vergelijken. De geïncludeerde studies met zowel kwantitatieve als kwalitatieve onderzoeksmethoden worden beoordeeld met zeven criteria gebaseerd op Polit & Beck (zie Tabel 2).22

Resultaten

Zoekstrategie

Op basis van titel, abstract en na controle van de volledige tekst werden via Medline, Embase en Cinahl en de referentielijst van een expertgroep respectievelijk vier461718 en drie 1223 primaire studies geïncludeerd. De sneeuwbalmethode resulteerde in drie bijkomende primaire studies.5111215 In twee publicaties wordt telkens een ander facet van de resultaten van eenzelfde primaire studie besproken.1112 Beide publicaties zijn geïncludeerd, maar worden verder consequent als één studie behandeld.

Tabel 1

Tabel 1-2

Tabel 1-3

Tabel 1-4

In totaal worden in deze literatuurstudie tien primaire studies geïncludeerd: negen studies met een kwalitatief onderzoeksdesign124561112151723 en één studie met zowel een kwalitatief als kwantitatief onderzoeksdesign.18 In Figuur 1 wordt de zoekstrategie visueel weergegeven. Tabel 3 bevat een beknopt overzicht van de geïncludeerde literatuur.

Gebruikte contactloze monitoringsystemen

In de geïncludeerde studies worden diverse systemen voor contactloze monitoring geïmplementeerd bij-, of voorgesteld aan de participerende ouderen. Gezien de grote heterogeniteit is een samenvattende beschrijving van deze systemen niet mogelijk. In Tabel 3 vindt de lezer voor elke studie een korte beschrijving van het gehanteerde systeem.

Methodologie van geïncludeerde studies

Vier van de kwalitatieve studies hanteren de principes van een inhoudsanalyse45617 en telkens één studie die van etnografie,23 ‘grounded theory’ 1112 en ‘participatory evaluation process’.15 Twee studies geven hierover geen informatie.12 Als dataverzamelingsmethoden gebruikt men individuele interviews,1723 focusgroepen,1456 een combinatie van beiden,1112 of individuele interviews aangevuld met observaties.215 De meeste studies worden uitgevoerd in de Verenigde Staten van Amerika (USA),45611121723 de overige twee in Australië1 en Nederland.2 Drie studies zijn uitgevoerd bij ouderen in de thuissituatie,126 zes in serviceflats of een residentiële setting.4511121723 Hierbij maken vier studies deel uit van een langdurig project in dezelfde residentiële setting.451517 De participerende ouderen zijn telkens 65 jaar of ouder. In twee studies worden naast de ouderen, ook hun mantelzorgers in de thuissituatie6 of hun familie, zorgverleners en managers van de residentiële setting23 geïncludeerd. Eén studie vermeldt een doelgerichte steekproef,5 de andere benoemen de methode van steekproeftrekking niet expliciet.124611121723

De steekproefgrootte varieert in alle studies tussen negen en negenentwintig participanten. In vier studies wordt een systeem met contactloze monitoring daadwerkelijk geïmplementeerd.251723 In drie studies2523 wordt de tijdsduur van de implementatie niet vermeld en in één studie17 is er sprake van een kort testscenario van enkele minuten. In de overige studies worden specifieke voorbeelden van contactloze monitoringsystemen voorgesteld aan de participanten151112 of wordt contacloze monitoring in het algemeen besproken.46 Verder is in deze literatuurstudie één studie geïncludeerd waarbij het gebruikte paradigma, het studiedesign en de methode van steekproeftrekking niet duidelijk vermeld zijn.18

Methodologische kwaliteit van geïncludeerde studies

Uit de kritische beoordeling van de negen kwalitatieve publicaties124561112151723 blijkt dat er over verschillende items van het VAKSinstrument1920 en COREQ-instrument21 niet of slechts onduidelijk en onvolledig wordt gerapporteerd. Er is duidelijk heterogeniteit in de methodologische kwaliteit van de verschillende studies: het totale aantal items waarover individuele studies duidelijk rapporteren, varieert voor het VAKS-instrument (zie Tabel 1) met dertig te beoordelen items tussen acht items23 en tweeëntwintig items2 en voor de veertien te beoordelen items uit het COREQ-instrument (zie Tabel 1) tussen één item23 en zes items.1112

De methodologische kwaliteit van de geïncludeerde studie met een gedeeltelijk kwantitatief onderzoeksdesign18 is beoordeeld met de criteria van Polit & Beck.12 In de publicatie wordt slechts één van de zeven vooropgestelde criteria duidelijk gerapporteerd, namelijk de onderzoeksvraag (zie Tabel 2).

Substantiële resultaten

De geïncludeerde studies onderzoeken diverse facetten van de attitudes, percepties en behoeften van ouderen als potentiële of actuele gebruikers van contactloze monitoring. Deze worden hieronder in vijf thematische clusters besproken.

Acceptatie van contactloze monitoring

Meerdere studies geven aan dat de bereidheid tot acceptatie van monitoring bestaat uit een afweging van de perceptie van de eigen vraag naar monitoringstechnologie (‘self-perception of need’) en zorgen over de eigen privacy (‘privacy concerns’).15611121517 Het blijkt dat de perceptie van eigen behoefte aan monitoringstechnologie voor de meeste ouderen de doorslaggevende factor is in deze beslissing. Zorg om de eigen privacy kan de bereidheid tot acceptatie negatief beïnvloeden, maar is meestal van ondergeschikt belang. Slechts bij enkele ouderen leidt ze resoluut tot een afwijzing van monitoring.15611121517‘ Daarnaast vinden enkele ouderen het belangrijk om persoonlijke informatie te beschermen en identiteitsdiefstal te voorkomen. Zij zijn bezorgd dat monitoringsystemen slechts beperkt beveiligde computersystemen gebruiken.1112 Verder vermelden enkele studies dat ouderen soms onvoldoende inzicht hebben in de diverse functies van de monitoringtechnologieën. Ze schatten deze verkeerd in en kunnen zo de invloed van de monitoring op hun privacy niet adequaat beoordelen.223

Tabel 2

In één studie beschrijven ouderen zeven factoren die hun inschatting van de eigen behoefte aan monitoringstechnologie beïnvloeden.1112 Ten eerste is hun subjectieve inschatting van de eigen gezondheid belangrijk. Ondanks talrijke medische problemen beschrijven deze ouderen zichzelf meestal als gezond en vinden ze monitoring niet nodig. Daarnaast anticiperen sommige ouderen op toekomstige veranderingen in hun gezondheidstoestand en beïnvloedt dit hun huidige inschatting van de behoefte aan monitoring. Vervolgens kunnen zorgen en adviezen van familie, vrienden of professionele zorgverleners hen beïnvloeden. Soms maakt de eigen fysieke leefomgeving de installatie van specifieke technologieën overbodig.1112 Het type technologie kan ook bepalend zijn: weinig ouderen vinden bewegingssensoren nuttig en de meesten ervaren videocamera’s als ‘obtrusive’ of ‘indringend’, wat hun inschatting van de behoefte aan deze technologie negatief beïnvloedt. Tot slot ervaart men specifieke monitoringtechnologieën als overbodig, indien hun functies overlappen met reeds gebruikte technologieën.1112 Elders vermelden ouderen dat de mate waarin sociale steun en (professionele) zorgverlening aanwezig is, beïnvloedend kan zijn.1

In een residentiële setting beïnvloeden verschillende factoren de mate waarin ouderen bezorgdheden in verband met hun privacy uiten.1112 Ten eerste kan een vriendelijke, respectvolle omgang tussen residenten en zorgverleners voorkomen dat deze bezorgdheden de bereidheid tot acceptatie van monitoring negatief beïnvloeden. Verder uiten ouderen die zich zeer sterk bewust zijn van de aanwezige technologie en die onafhankelijkheid, controle over beslissingen en privacy belangrijk achten, vaker bezorgdheden. Het tegenovergestelde geldt bij ouderen die bereid zijn om informatie over zichzelf te delen.1112

Eén studie met herhaalde interviews vermeldt dat het proces van acceptatie van contactloze monitoring uit drie fasen bestaat.15 In de initiële fase maakt de oudere zich vertrouwd met de nieuwe technologie. De oudere is er zowel in zijn denken, handelen als via het uiten van bezorgdheden actief mee bezig en de monitoring wordt frequent gedemonstreerd aan bekenden die op bezoek komen. In de tweede fase is de oudere nog steeds nieuwsgierig naar de sensoren, maar hij of zij denkt er slechts incidenteel aan. De monitoring wordt slechts opgemerkt als anderen de oudere er actief op wijzen en ze wordt minder getoond aan bezoekers. In de laatste fase vergeet de oudere dat de monitoring aanwezig is en vormt deze geen hindernis voor dagelijkse activiteiten en routines.15

Potentiële nut van contactloze monitoring

Onafhankelijkheid en veiligheid in de thuissituatie

In enkele studies benadrukken ouderen de wens om zo lang mogelijk op een veilige manier thuis te blijven wonen en zo hun onafhankelijkheid te behouden.126 Na daadwerkelijke implementatie van monitoring blijft deze wens onveranderd.2 Monitoring wordt gezien als een ondersteuning om thuis veilig ouder te kunnen worden.126

Figuur 1

Enkele maanden na implementatie van monitoring geven de meeste ouderen in één studie aan dat hun veiligheidsgevoel verhoogd is.2 Ze vinden monitoring een waardevolle aanvulling op andere maatregelen, zoals een draagbaar personenalarm, loophulpmiddelen, een brandalarm, het verwijderen van een gasfornuis en architecturale aanpassingen.2

Tijdige detectie van noodsituaties en aandacht voor medische topics

In meerdere studies vinden ouderen monitoring potentiëel nuttig voor de tijdige, accurate detectie van noodsituaties. Zo uiten ze de bezorgdheid om bij een valincident geen tijdige hulp te krijgen en vinden ze monitoring in dit kader nuttig.1245618 In één studie halen ouderen het potentiële nut van monitoring aan voor de accurate, vroegtijdige detectie van èn interventie bij gezondheidsproblemen die over langere tijdsperiodes gradueel ontstaan.6 Ze focussen zich vooral op cognitieve problemen, zoals dementie en vinden monitoring extra nuttig bij ouderen die hun beperkingen en problemen trachten te verbergen of deze niet goed kunnen communiceren.6 Daarnaast vinden ouderen in enkele studies het bijhouden van (ziektespecifieke) vitale parameters belangrijk, bijvoorbeeld tijdens de slaap via een bedsensor.156 Verder vinden ouderen het nuttig om via monitoring hun medicatiegebruik te volgen6 of informatie te krijgen over gebruikte medicatie.4

Aandacht voor niet-medische topics

In één studie vinden ouderen monitoring, en in het bijzonder bewegingssensoren, potentieel nuttig als inbraakalarm en om de veiligheid van persoonlijk eigendom te garanderen.45 Ze geven niet aan dat bewegingssensoren nuttig zijn om hun eigen activiteitenpatroon te volgen.5 Dit wordt elders eveneens niet aangehaald.6 Verder vinden sommige ouderen temperatuursensoren potentieel nuttig als veiligheidscontrole bij het gebruik van een gasfornuis of oven.4 Elders wordt dit genuanceerd: deze vorm van monitoring is niet nuttig voor ouderen die thuisbezorgde maaltijden consumeren en zelf niet koken.5 Daarentegen vinden andere ouderen het minder nuttig om bovenstaande niet medische topics, evenals hun eetpatroon, het gebruik van sanitaire voorzieningen en de telefoon zichtbaar te maken.6 Tot slot vinden sommige ouderen monitoring potentiëel nuttig voor hulp bij gehoor- en visuele beperkingen, het op peil houden van de omgevingstemperatuur, automatische verlichting en als herinneringssysteem voor sociale activiteiten.4

Communicatie van informatie verkregen via monitoring

In meerdere studies gaan ouderen ermee akkoord dat professionele zorgverleners informatie uit een monitoringssysteem ontvangen.5611121718 Sommige ouderen vinden hen de belangrijkste ontvangers en staan toe dat hun behandelende arts deze informatie ontvangt.5618 Anderen vinden dat deze informatie enkel toegankelijk mag zijn voor personen die deze data écht nodig hebben om de doelstellingen van de monitoring te bereiken.17 In diezelfde studies zijn er gemengde visies over het delen van informatie met mantelzorgers en familieleden. Niet alle ouderen vinden dit belangrijk.5611121718 Hoewel ouderen vaak het nut van deze informatie voor familieleden en mantelzorgers erkennen,56is er soms terughoudendheid, omdat ouderen hen niet nodeloos bezorgd willen maken6 of niet willen dat hun activiteiten gecontroleerd worden.17 Het verlichten van bezorgdheid bij familieleden en mantelzorgers kan omgekeerd ook een motivatie zijn om informatie wél met hen te delen.17 Er is eveneens verdeeldheid over de mate waarin ouderen zelf toegang willen tot de verkregen informatie.615 Soms zijn ouderen zich er niet van bewust wie de informatie ontvangt die via monitoring verkregen wordt en krijgen zij hierbij geen inspraak.23

Tabel 3

Tabel 3-2

Tabel 3-3

Tabel 3-4

Tabel 3-5

Tabel 3-6

Bezorgdheden bij het gebruik van contactloze monitoring

Gebruiksvriendelijkheid, vraag om ondersteuning en handleidingen

Ouderen in enkele studies vinden gebruiksvriendelijkheid een belangrijk vereiste.124 Zo wensen zij dat het monitoringssysteem gemakkelijk te hanteren is en bij defect betekenisvolle, eenvoudig begrijpbare foutmeldingen geeft.1 Verder is het van belang dat het design aangepast is aan mogelijke functionele beperkingen van ouderen, zoals visus-, gehoors-, gevoels-, of evenwichtsstoornissen en cognitieve problemen.24 In deze studies14 tonen alle ouderen zich bereid om, met kwaliteitsvolle hulp en ondersteuning, monitoringssystemen te leren gebruiken. Ze vinden handleidingen en trainingssessies, aangepast aan ouderen én eenvoudig verstaanbaar zonder technisch vakjargon, noodzakelijk.14 Automatisch functionerende monitoringssystemen vinden zij geschikter voor ouderen die geen technologie kunnen besturen.4 Verder vinden ouderen het belangrijk dat betrokken professionele zorgverleners voldoende geïnformeerd zijn om hun basisvragen in verband met de monitoring te beantwoorden.2 In één studie zijn ouderen bezorgd over het gebrek aan menselijke assistentie bij het gebruik van monitoring: zij vinden dat monitoring deze nooit volledig kan vervangen.4

Werking en implementatie

In enkele studies zijn ouderen bezorgd over de accuraatheid en betrouwbaarheid van monitoringsystemen.15 Zij vragen zich af hoe ze geïnformeerd worden bij een defect, wat er gebeurt als de batterijen van sensoren leeg zijn of ze zijn bezorgd dat noodsituaties onopgemerkt blijven in een omgeving waar geen monitoring geïnstalleerd is (bijvoorbeeld in de tuin of garage).15 Valse alarmen zijn voor sommige ouderen belastend, maar soms worden ze positief ervaren als een bevestiging dat het systeem werkt of geaccepteerd als deel van het studieproces.2 Diverse andere belastende effecten van monitoring die ouderen vermelden, zijn: geluiden en lichtflitsen geproduceerd door sensoren, een verstoorde werking van de televisie of telefoon, problemen bij de aanwezigheid van een huisdier, het gevoel dat er teveel technologieën tegelijk geïnstalleerd zijn,2 een gevoel van stigmatisatie,5 de bezorgdheid dat sensoren straling gebruiken en zo kankerverwekkend zijn1 en de vraag om een bedsensor dunner te maken en aan te passen voor ouderen die in hun leunstoel slapen.15

Videocamera’s als inbreuk op de eigen privacy

Meerdere ouderen zouden videocamera’s in een monitoringssysteem niet accepteren, omdat de verkregen beelden een te grote inbreuk vormen op hun privacy.1451112 Het besef van hun potentiële nut weegt hier niet tegen op.45 Als mogelijke oplossing formuleren enkele onderzoekers het anonimiseren van de camerabeelden via niet-identificeerbare silhouetten en de meeste ouderen vinden dit een geschikte oplossing.417

Betaalbaarheid

Sommige ouderen uiten hun bezorgdheid over de betaalbaarheid van monitoringsystemen, de onderhoudskosten en de extra kosten bij monitoring van meerdere personen.14 Deze ouderen veronderstellen meestal dat contactloze monitoringsystemen duur zijn en vinden ze voor henzelf budgettair niet haalbaar.1

Participatie en inspraak van de gemonitorde oudere

Veel ouderen 15111217 wensen inspraak te krijgen in beslissingen over geïmplementeerde monitoring, waaronder inspraak in de hoeveelheid verkregen informatie,5 de frequentie waarmee deze gedeeld wordt,5 de inhoud van de informatie1112 en wie deze mag ontvangen.51112 Verder willen sommige ouderen zelf bepalen welke specifieke systemen op welke locaties in hun woning geïnstalleerd worden.111217 Over de mogelijkheid om monitoring tijdelijk te onderbreken, zijn de meningen verdeeld.117 In één onderzoek geeft actieve participatie de ouderen een gevoel van controle en actieve betrokkenheid en ze waarderen hun bijdrage aan de ontwikkeling van nieuwe kennis.15

Discussie

Methodologische bevindingen

Deze literatuurstudie kent een aantal zwaktes en de resultaten dienen om volgende redenen voorzichtig te worden geïnterpreteerd. Ten eerste is er mogelijkheid op publicatiebias door een beperking van de zoekstrategie tot Medline, Embase en Cinahl. Andere zoekstrategieën, zoals het doorzoeken van abstracts gerapporteerd tijdens conferenties en technische databases (bv. IEEE database) werden niet gebruikt. Ten tweede zijn er slechts een beperkt aantal studies gevonden die voldeden aan de inclusiecriteria en zijn er belangrijke beperkingen en een grote mate van heterogeniteit in de methodologische kwaliteit van de geïncludeerde kwalitatieve studies.124561112151723 Voor de meeste kwalitatieve studies is een inschatting van de ‘transferability’ of toepasbaarheid van hun resultaten in andere, gelijkaardige contexten zeer moeilijk, omwille van het gebrek aan duidelijke informatie over de studieparticipanten en studiecontext. De beperkte methodologische kwaliteit, de kleine onduidelijk beschreven steekproef en studiecontext van de geïncludeerde studie die deels kwantitatief te werk ging,18 bemoeilijken de generaliseerbaarheid van de resultaten. Ten derde is er op verschillende vlakken heterogeniteit tussen de studies, zoals verschillende paradigma’s en studiedesigns, variatie in de kenmerken van de geïncludeerde participanten en de studiesettings. Verder zijn de studies in verschillende landen uitgevoerd, zijn zowel studies met of zonder implementatie van contactloze monitoring geïncludeerd en zijn er technische verschillen in de geïmplementeerde of voorgestelde monitoringssystemen. De zwaktes van deze literatuurstudie worden beperkt door (I) een duidelijke onderzoeksvraag en in- en exclusiecriteria; (II) gedetailleerde documentatie van het volledige zoekproces en (III) analyse van de methodologische kwaliteit van de studies met twee gevalideerde beoordelingsinstrumenten19202122 en criteria vooropgesteld in wetenschappelijke literatuur.22

Inhoudelijke bevindingen

Uit de resultaten van deze literatuurstudie blijkt dat de attitudes en percepties van ouderen ten aanzien van contactloze monitoring gevarieerd zijn en op verschillende manieren hun bereidheid tot acceptatie van deze monitoringssystemen kunnen beïnvloeden. Er is duidelijke evidentie dat de afweging van de perceptie van de eigen nood aan monitoringstechnologie en bezorgdheden over de eigen privacy een belangrijk proces is in de beslissing van ouderen om contactloze monitoring al dan niet te accepteren en dat een inschatting van de eigen behoefte aan monitoring hierbij voor de meeste ouderen doorslaggevend is.15611121517 Het formuleren van mogelijke verklaringen voor deze vaststellingen is moeilijk, omdat de meeste studies dit afwegingsproces niet gedetailleerder bestuderen.1561517

Uit de literatuur blijkt dat ouderen contactloze monitoring potentieël nuttig vinden voor diverse doeleinden. Ouderen126 beamen het belang dat onderzoekers1245678 hechten aan een ondersteunend monitoringsysteem om thuis veilig en onafhankelijk oud te worden. Er is te weinig evidentie om aan te nemen dat het veiligheidsgevoel van thuiswonende ouderen bij implementatie van monitoring daadwerkelijk toeneemt.2 Verder onderzoek kan zich hierop toespitsen met de nuancering dat het veiligheidsgevoel van ouderen multifactorieël bepaald wordt. Voor het signaleren van medische problemen focussen ouderen zich vooral op het reactieve nut van contactloze monitoring in noodsituaties en veel minder op het proactieve nut voor secundaire preventie.1245618 Een duidelijke verklaring hiervoor is niet voorhanden. Over het potentiële nut van contactloze monitoring van niet-medische onderwerpen is er discrepantie tussen de resultaten van verschillende studies.

Ouderen vinden het cruciaal dat professionele zorgverleners informatie ontvangen die via monitoring verkregen wordt en hun vragen over de geïmplementeerde monitoring kunnen beantwoorden.25611121718 Dit impliceert dat deze zorgverleners in de klinische praktijk betrokken moeten worden bij projecten met implementatie van monitoring bij hun cliënten. Daarentegen is er discrepantie in de mate waarin ouderen belang hechten aan toegang tot informatie voor mantelzorgers5611121718 of zichzelf.615 Mogelijke verklaringen hiervoor zijn verschillen in de motivaties van ouderen en de relatie met hun mantelzorgers.

De vaststelling dat ouderen inspraak en participatie wensen te krijgen bij de ontwikkeling en implementatie van monitoringsystemen, heeft belangrijke implicaties voor de klinische praktijk.15111217 Onderzoekers en technologieontwikkelaars dienen gemonitorde ouderen zoveel mogelijk te betrekken als actieve beslissingspartners. Zorgvuldige en begrijpelijke informatie over monitoring-op-maat is hierbij cruciaal, om te verzekeren dat potentiële gebruikers geïnformeerde beslissingen kunnen nemen en de consequenties van hun beslissingen adequaat kunnen inschatten. Door actieve participatie kunnen zowel bezorgdheden over de controle van de verkregen informatie, over het potentiële nut, de implementatie en werking van gebruikte technologieën, als over de plaatsen waar deze geïnstalleerd worden, mogelijk voorkomen of vroegtijdig opgelost worden. Het kan ook de inschattingsproblemen23 over de impact van monitoring vermijden die ontstaan wanneer ouderen monitoring op passieve wijze ondergaan. Longitudinale studies met actieve participatie laten eveneens toe om veranderingen in de attitudes en percepties van de gemonitorde ouderen tijdens het implementatieproces (zoals een proces van adoptie en acceptatie) te bestuderen. Indien ouderen met ernstige cognitieve problemen, zoals dementie, de eindgebruikers van contactloze monitoring zijn, dient men aandacht te schenken aan de inspraak en participatie van hun mantelzorgers of wettelijke vertegenwoordigers.

De diverse bezorgdheden die ouderen uiten over het gebruik van contactloze monitoring, dienen via toekomstig onderzoek verder geëxploreerd te worden en hebben belangrijke implicaties voor technologieontwikkelaars in de klinische praktijk.1245111217Zo dienen zij reeds tijdens de ontwikkelingsfase van monitoringstechnologie rekening te houden met de gebruiksvriendelijkheid van de systemen voor ouderen met diverse functionele beperkingen. Verder dienen zij voor elke specifieke doelgroep van ouderen af te wegen in welke mate interactie met het monitoringssysteem voor hen haalbaar en gewenst is. Om participerende ouderen zorgvuldig te informeren over de geïmplementeerde monitoring, dienen informatiebrochures of trainingssessies-op-maat ontwikkeld te worden. Deze informatie kan eveneens diverse bezorgdheden over de geïmplementeerde monitoring voorkomen en kan het ouderen ondersteunen indien interactie met het monitoringssysteem vereist is. Om de acceptatie van videocamera’s als monitoringstechnologie te verhogen, kan het anonimiseren van de camerabeelden een geschikte strategie zijn. De bezorgdheden van ouderen14 over de betaalbaarheid van monitoringssystemen impliceren dat er in de toekomst een duidelijk financiëringsbeleid ontwikkeld moet worden, waarbij onderzocht moet worden welke initiatieven deze systemen voor ouderen betaalbaar kunnen houden en of ze kostenefficiënt zijn.

Tot slot is er evidentie dat ouderen in het algemeen een positieve attitude hebben ten aanzien van contactloze monitoring, deze technologie accepteren en hierin geen problemen zien voor hun dagelijkse activiteiten, routines en sociaal functioneren. Gezien het beperkte aantal geïncludeerde studies is aanvullend onderzoek vereist om deze vaststelling verder te exploreren. Voorzichtigheid is eveneens geboden, omdat de bereidheid tot acceptatie van ouderen in studies zonder implementatie145 niet noodzakelijk een getrouwe weergave is van hun daadwerkelijke mate van acceptatie in een implementatiestudie.

Implicaties voor verder onderzoek en de klinische praktijk

Uit deze literatuurstudie blijkt dat de attitudes en percepties van ouderen ten aanzien van contactloze monitoring tot op heden slechts in beperkte mate en door een selecte groep onderzoekers zijn geëxploreerd. Verschillende belangrijke facetten zijn onderzocht, maar met een eerder beperkte diepgang en methodologische kwaliteit. Meerdere inhoudelijke vaststellingen kunnen tot op heden nog niet verklaard worden en vragen verdere exploratie. Onderzoek naar overeenkomsten en discrepanties tussen de attitudes en percepties van ouderen en die van andere betrokkenen, zoals mantelzorgers en professionele hulpverleners, is eveneens vereist. Er is duidelijk behoefte aan kwalitatief en kwantitatief onderzoek met een goede methodologische kwaliteit en grotere steekproeven. De besproken implicaties voor verder onderzoek kunnen hierbij als leidraad dienen en zullen aanvullende belangrijke informatie en implicaties opleveren voor technologieontwikkelaars in de klinische praktijk.

Conclusie

De ontwikkeling en implementatie van contactloze monitoringssystemen is één van de mogelijke technologische strategieën in het streven naar kwaliteitsvolle en kosteneffectieve ouderenzorg. Deze technologie heeft, zowel in de thuissituatie als in residentiële woonvormen, het potentieël om ouderen, hun mantelzorgers en professionele zorgverleners te ondersteunen en oplossingen te bieden voor de uitdagingen die de vergrijzing op individueel en maatschappelijk niveau teweegbrengt. Het is cruciaal om diverse facetten van de attitudes en percepties van ouderen ten aanzien van deze monitoringsystemen te exploreren. Dit onderzoek biedt technologieontwikkelaars belangrijke informatie om te verzekeren dat monitoringssystemen tegemoetkomen aan de behoeften, bezorgdheden en wensen van hun potentiële en actuele gebruikers en aldus in grotere mate geaccepteerd worden. Het actief betrekken van gemonitorde ouderen als beslissingspartners bij implementatieprojecten kan hiertoe eveneens bijdragen. Dit onderzoek is eveneens van belang voor zorgaanbieders omdat dit type monitoringsystemen reeds op beperkte schaal publiek verkrijgbaar zijn. Hun inzicht in deze thematiek kan bijdragen aan implementatie van contactloze monitoring op grotere schaal. Gezien de continue ontwikkeling en verspreiding van monitoringstechnologieën kunnen evoluties in de attitudes en percepties van ouderen ten aanzien van deze systemen verwacht worden en blijft toekomstig onderzoek over dit onderwerp vereist.

Literatuurlijst

  1. Steele R, Lo A, Secombe C, Wong YK. Elderly persons’ perception and acceptance of using wireless sensor networks to assist healthcare. Int J Med Inform. 2009;78(12):788-801. 10.1016/j.ijmedinf.2009.08.001
  2. van Hoof J, Kort HSM, Rutten PGS, Duijnstee MSH. Ageing-in-place with the use of ambient intelligence technology: perspectives of older users. Int J Med Inform. 2011;80310-331. 10.1016/j.ijmedinf.2011.02.010
  3. Lambrecht M, Verboven W, Willems M, Moens S, Verkruyssen F, Duyck J, et al. Bevolkingsvooruitzichten 2010–2060. Brussel: Federaal Planbureau en Algemene Directie Statistiek en Economische informatie; 2011 Dec. Wettelijk Depot: D/2011/7433/29.
  4. Demiris G, Rantz M, Aud M, Marek K, Tyrer H, Skubic M. Older adults’ attitudes towards and perceptions of smart home technologies: a pilot study. Med Inform Internet Med. 2004;29(2):87-94. 10.1080/14639230410001684387
  5. Demiris G, Hensel BK, Skubic M, Rantz M. Senior residents’ perceived need of and preferences for smart home sensor technologies. Int J Technol Assess Health Care. 2008;24(1):120-4. 10.1017/S0266462307080154
  6. Wild K, Boise L, Lundell J, Foucek A. Unobtrusive in-home monitoring of cognitive and physical health. Reactions and perceptions of older adults. J Appl Gerontol. 2008;27(2):181-200. 10.1177/0733464807311435
  7. Chan M, Campo E, Estève D, Fourniols JY. Smart homes—current features and future perspectives. Maturitas. 2009;6490-7. 10.1016/j.maturitas.2009.07.014
  8. Townsend D, Knoefel F, Goubran R. Privacy versus autonomy—a tradeoff model for smart home monitoring technologies. Conf Proc IEEE Eng Med Biol Soc 2011; 4749–52.
  9. Ding D, Cooper RA, Pasquina PF, Fici-Pasquina L. Sensor technology for smart homes. Maturitas. 2011;69131-6. 10.1016/j.maturitas.2011.03.016
  10. Demiris G, Hensel BK. Smart homes for patients at the end of life. J House Elderly. 2009;23106-115. 10.1080/02763890802665049
  11. Courtney KL. Privacy and senior willingness to adopt smart home information technology in residential care facilities. Methods Inf Med. 2008;47(1):76-81.
  12. Courtney KL, Demiris G, Rantz M, Skubic M. Needing smart home technologies: the perspectives of older adults in continuing care retirement communities. Inform Prim Care. 2008;16(3):195-201.
  13. Katz S, Downs TD, Cash HR, Grotz RC. Progress in development of the index of ADL. Gerontologist. 1970;10(1):20-30. 10.1093/geront/10.1_Part_1.20
  14. Milisen K, Vanrumste B, Goedemé T, Drugmand P, Tournoy J. AMACS – automatisch monitoren van activiteiten van het dagelijkse leven door middel van contactloze sensoren [homepage on the Internet]. Leuven: Katholieke Universiteit Leuven, Katholieke Hogeschool Kempen, Mobilab, De Nayer en Cetic; [updated 2012 March 09; cited 2012 April 30]. Available from: http://www.amacs-project.eu/nl/index.php
  15. Demiris G, Parker Oliver D, Dickey G, Skubic M, Rantz M. Findings from a participatory evaluation of a smart home application for older adults. Technol Health Care. 2008;16111-8.
  16. Goedemé, T., Debard, G., Dejaeger, E., Deschodt, M., Milisen, K., Van den Bergh, J., Vlaeyen, E., Vanrumste, B. Eindverslag FallCam: Camerasysteem voor valdetectie bij ouderen. 2011; IWT-Tetra-project 80150.
  17. Demiris G, Parker Oliver D, Giger J, Skubic M, Rantz M. Older adults’ privacy considerations for vision based recognition methods of eldercare applications. Technol Health Care. 2009;17(1):41-8.
  18. Alwan M, Dalal S, Mack D, Kell SW, Turner B, Leachtenauer J. Impact of monitoring technology in assisted living: outcome pilot. IEEE Trans Inf Technol Biomed. 2006;10(1):192-8. 10.1109/TITB.2005.855552
  19. Shou L, Høstrup H, Lyngsø E, Larsen S, Poulsen I. Validation of a new assessment tool for qualitative research articles. J Adv Nurs [serial online] 2011.
  20. Høstrup H, Shou L, Larsen S, Lyngsø E, Poulsen I. Evaluation of qualitative studies—VAKS. Denemarken: Center for Kliniske Retningslinjer og Dansk Sygepleje Selskab’ Dokumentationsråd; 2011 Nov.
  21. Tong A, Sainsbury P, Craig J. Consolidated criteria for reporting qualitative research (COREQ): a 32-item checklist for interviews and focus groups. Int J Qual Health Care. 2007;19(6):349-357. 10.1093/intqhc/mzm042
  22. Polit DF, Beck CT. Nursing research: generating and assessing evidence for nursing practice. 9de ed. New York: Wolters Kluwer Health, Lippincott Williams & Wilkins; 2012.
  23. Beckwith R. Designing for ubiquity: the perception of privacy. IEEE Pervasive Comput. 2003;2(2):40-6. 10.1109/MPRV.2003.1203752