146 Weergaven
0 Downloads
Lees verder

Samenvatting

Een hechte relatie tussen mantelzorgers en patiënten met een dementie van het Alzheimertype was geassocieerd met een langzamer verloop van de dementie, in termen van een minder snelle verslechtering van cognitie en zelfstandigheid in de ADL, dan het geval was in mantelzorgrelaties die als minder hecht ervaren werden.

Norton, M.C., Piercy, K.W., Rabins, P.V., Green, R.C., Breitner, J.C.S., Østbye, T., Corcoran, C., Welsh-Bohmer, K.A., Lyketsos, C. & Tschanz, J.T. (2009). Caregiver-recipient closeness and symptom progression in Alzheimer disease. The Cache County Dementia Progression Study. Journal of Gerontology: PSYCHOLOGICAL SCIENCES, 64B, 560-568.

Conclusie van het artikel

Een hechte relatie tussen mantelzorgers en patiënten met een dementie van het Alzheimertype was geassocieerd met een langzamer verloop van de dementie, in termen van een minder snelle verslechtering van cognitie en zelfstandigheid in de ADL, dan het geval was in mantelzorgrelaties die als minder hecht ervaren werden.

Bespreking van de studie

Deelnemers

Honderdvier vrouwen en 64 mannen (gemiddelde leeftijd 86 jaar; de dementie was gemiddeld vier jaar eerder vastgesteld). Meer dan de helft van de mannen had een echtgenote die voor hen zorgde (71%). Als er geen echtgenote was, fungeerde een dochter als mantelzorger (19%) of een zoon (10%). De vrouwelijke patiënten kregen in meerderheid mantelzorg van een dochter (66%). Voor zeventien procent was de echtgenoot de voornaamste mantelzorger, en voor 16% een zoon.

Opzet

De deelnemers en hun mantelzorgers werden gemiddeld twee jaar lang gevolgd (variërend van 4 tot 51 maanden). Tijdens het halfjaarlijks huisbezoek onderzochten de projectmedewerkers de cognitie met de MMSE (Mini Mental State Examination) en het dagelijks functioneren met de CDR (Clinical Dementia Rating). De hechtheid van de band tussen mantelzorger en patiënt werd onderzocht met een korte vragenlijst, met zes items in de vorm van stellingen zoals: ‘Hij/zij [patiënt] geeft mij het gevoel dat ik bijzonder voor hem/haar ben’, of ‘Zij heeft vaak kritiek op wat ik doe’.

Resultaten

De onderzoekers onderscheidden drie niveaus van ‘gehechtheid’ tussen patiënt en mantelzorger: een hoog, een midden- en een laag niveau. Binnen elk niveau maakten zij onderscheid tussen relatiepartners en volwassen kinderen als mantelzorgers. Gelet op de MMSE gingen de scores van de zorgontvangers in de loop van drie jaar het minst achteruit (met gemiddeld vijf punten) indien hun mantelzorger een echtgenoot was die zich sterk gehecht voelde aan de partner. Was de mantelzorger een volwassen kind dat zich zeer verbonden voelde met de ouder, dan daalde de MMSE met acht punten. Was de mantelzorger een echtgenoot in een relatie die als minder ‘close’ ervaren dan nam de MMSE eveneens met acht punten af, maar de afname was twaalf punten indien een volwassen kind de mantelzorger was in een als weinig hecht ervaren relatie.

De uitslagen op de Clinical Dementia Rating (CDR), die wat meer dan de MMSE inzicht geeft in het alledaagse functioneren van patiënten met dementie, lieten een vergelijkbaar patroon zien. De hulpbehoevendheid van patiënten groeide met gemiddeld 4 punten wanneer zij verzorgd werden door een partner, die zich hecht verbonden voelde met de patiënt. Over een even lange periode nam de hulpbehoevendheid met gemiddeld 14 punten toe als de verzorgende partner een minder hechte relatie voelde met de patiënt. Bij patiënten die door een volwassen kind werden verzorgd, nam de hulpbehoevendheid toe met gemiddeld 8 punten (als dochter of zoon had aangegeven een hechte relatie met de ouder te ervaren) en met maar liefst 17 punten (een verdubbeling) wanneer de mantelzorg gegeven werd in een relatie die als minder ‘close’ werd beleefd.

Commentaar

De ‘rem’ op de ontwikkeling van dementiesymptomen in een als ‘hecht’ ervaren zorgrelatie had in dit onderzoek dezelfde orde van grootte als die welke in gunstig uitvallende studies met cholinesteraseremmers wordt bereikt. Dat is een goede reden om niet alleen naar geneesmiddelen voor de ziekte van Alzheimer te zoeken maar ook naar manieren om zorgverleners te ondersteunen. Hoe valt de beschermende invloed van een goede zorgrelatie te verklaren? Mogelijk pikt de verzorgende partner in een relatie die als hecht wordt ervaren de behoeften van de ander gemakkelijker op, en weet hij of zij daar flexibel en creatief op in te gaan. Ook is denkbaar dat een ‘hechte’ relatie de ander als vanzelf meer betrekt bij cognitief stimulerende of sociale activiteiten, waaraan partners in een niet zo gunstige zorgrelatie minder vaak toekomen. Ten slotte mogen we aannemen dat een ‘hechte’ relatie minder stress oplevert en betere kansen om niet verstrikt te raken in de neergaande spiraal waarin overbelasting van de mantelzorger en moeilijk hanteerbaar gedrag van de patiënt elkaar versterken.

H. Diesfeldt