186 Weergaven
1 Downloads
Lees verder

Op 20 april 2013 overleed prof. dr. Geert Braam, slechts enkele weken nadat hij wegens een ongeneeslijke ziekte afscheid had genomen van de redactie van het Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie (TGG). Geert Braam was redacteur vanaf 1 maart 1991, het jaar waarin hij terugtrad als hoogleraar algemene en empirische sociologie aan de faculteit bestuurskunde van de Universiteit Twente te Enschede.

In de redactie had Geert de portefeuille ‘bestuurssociologie en sociale problemen, in het bijzonder de sociologie van ouderen, ouderenzorg en ouderenbeleid’. In een redactioneel bij zijn aantreden biedt hij zijn geloofsbrieven aan, met een ontmaskering van ongenuanceerde en eenzijdige opinies (frames in het moderne jargon) van politici en beleidsmakers over de noodzaak ‘eisen te stellen aan de mensen’ en ‘de onbetaalbaarheid van de zorg’. 1 In zijn 22-jarige loopbaan als redacteur van het TGG zouden nog vele redactionelen van zijn hand volgen. De consistente lijn daarin was te waarschuwen voor het vertekend beeld van de maatschappelijke positie van ouderen zoals geschetst door wetenschap en politiek.

Geert wees op de kortzichtigheid van bezuinigingen in de thuiszorg. Bezuinigen op arbeidskracht in de thuiszorg gaat ten koste van de onvervangbare persoonlijke zorg en presentie van naaste familieleden of vrienden, onmisbare zorg die onbetaalbaar is en ook niet te koop. 2

Onderzoek is vaak onnauwkeurig en selectief waardoor de problemen van ouderen in de samenleving onderbelicht blijven. Meer dan eens wees Geert Braam op het bestaan van een grote groep ouderen die in (dreigende) armoede leeft, een feit dat in de weergave van gemiddelde welstandsstatistieken en om politiekopportunistische redenen gemakkelijk verdoezeld wordt. Geert zou content zijn geweest met de aandacht die de dagbladpers besteedde aan het overlijden, in dezelfde week, van Tiny Muskens, de oud-bisschop van Breda en bekend vanwege de wijze waarop hij verborgen armoede aan de orde stelde.

Geert begon zijn wetenschappelijke loopbaan in de meteorologie. Hoe loopt de weg van meteoroloog bij het KNMI naar redacteur van een gerontologisch tijdschrift? Het antwoord op deze vraag is te vinden in zijn afscheidsrede van 1991. 3 Zorgvuldig waarnemen is het sleutelbegrip. Verkeersvliegers moeten weten of er in de buurt van het vliegveld van hun bestemming onweerswolken zijn. Onweerswolken betekenen sterke verticale bewegingen en gevaar voor ijsafzetting. Als meteoroloog leerde Geert de betekenis kennen van zorgvuldig observeren en waarnemen, en herkende hij later het belang daarvan ook voor de bestuurskunde. ‘Besturen als problemen oplossen’ zag hij allereerst als een zaak van zorgvuldig waarnemen van wat er gaande is. Geert gebruikte regelmatig de metafoor van de temperatuurhut van de meteoroloog. Voor zoiets ogenschijnlijk simpels als een valide meting van de temperatuur van de buitenlucht zijn allerlei voorzorgsmaatregelen vereist, zoals een geijkte thermometer, een vaste bovengrondse hoogte van de hut, wit geschilderd en voorzien van ventilatie tegen condensafzetting. Het waarnemen van menselijke problemen, zoals in economie, sociologie en beleidswetenschappen is volgens Braam soms hopeloos onnauwkeurig vergeleken bij het waarnemen van de luchttemperatuur. 4 Dat komt volgens hem in de eerste plaats door slecht waarnemen. Verbetering is zeker mogelijk, bijvoorbeeld door in sociologisch onderzoek eerst goed na te gaan welk type vraag de grootste betrouwbaarheid oplevert, welke controlevragen aangewezen zijn, en welke controles aan de hand van gegevens uit andere bronnen noodzakelijk zijn.

Geert waarschuwde ook voor aselecte steekproeven en normvervaging op dit gebied. Werd een halve eeuw geleden een respons van 80% nog als ‘zorgelijk laag’ gezien, nu worden er conclusies getrokken op basis van steekproeven waarbij meer dan de helft van de beoogde doelgroep buiten beeld blijft. Wanneer de ondervertegenwoordiging in dergelijk onderzoek voornamelijk ouderen of chronisch zieken betreft, neemt de kans op vertekening en verkeerde conclusies toe, en kunnen de gevolgen voor gerontologisch en geriatrisch onderzoek aanzienlijk zijn. 4

Ook in wat nu zijn laatste redactioneel blijkt te zijn, benadrukte Geert Braam het belang van wetenschappelijke normen, in dit geval voor de ontwikkeling van betrouwbare kwaliteitsindicatoren in de zorg voor oudere mensen, en stelde hij de voorzorgen die gelden voor waarnemingen in de natuurwetenschappen als voorbeeld. 5

Aandacht voor nauwkeurig waarnemen, zorgvuldig tellen en een correcte omgang met cijfers maakte Geert tot een zeer waardevolle mederedacteur en beoordelaar van wetenschappelijke manuscripten. Tot op het laatst bezocht Geert congressen, niet alleen om er zelf wat van op te steken maar ook als scout van potentiële auteurs voor het Tijdschrift. Hij heeft diverse jonge onderzoekers de weg naar het TGG gewezen. Geerts aanmoediging en vasthoudendheid hebben ongetwijfeld voor een aantal van hen het verschil gemaakt tussen toegeven aan de druk van de academische werkgevers om energie te steken in weer een Engelstalig artikel of de moeite nemen om over het eigen onderzoek ook in het Nederlands te schrijven.

Gebrek aan financiële middelen is ook dit Tijdschrift niet vreemd. Als het erop aankwam was voor Geert de inhoud belangrijker dan de vorm. Meer dan eens liet hij weten dat de redactie het tijdschrift desnoods ook zelf zou kunnen stencilen, een nieuwe vorm van samizdat, maar dan zonder de clandestiene connotatie die het ‘zelf uitgeven’ destijds in de Sovjet-Unie had.

Geert Braam was niet alleen meteoroloog en socioloog, maar ook verdienstelijk violist en erelid van Musica Silvestra, het orkest van de Universiteit Twente. Bij zijn afscheid van de universiteit liet hij zijn toehoorders delen in zijn fascinatie voor de schone kunsten, niet alleen door voor en na zijn oratie zelf te musiceren, maar ook door te verwijzen naar poëzie. ‘Dichters pogen met woorden … het mysterie voelbaar (te) maken en de betovering die daaruit voortkomt.’ 3

Het overlijden van Geert Braam stemt ons verdrietig. We zijn dankbaar om zijn leven en voor wat hij ons heeft nagelaten. Misschien zou Geert wel hebben ingestemd met de woorden van dichter J.C. Bloem. 6

Niet te verzoenen is het leven.

Ten einde is dit wellicht nog ’t meest:

Te kunnen zeggen: het is even

Tussen twee stilten luid geweest.

 

Literatuurlijst

  1. Braam GPA. Opinievorming zonder nuances. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie. 1991;2243-
  2. Braam GPA. Zorgen voor geborgenheid, een blinde vlek in het beleid. Intieme menselijke relaties onder druk. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie. 2006;372-3.
  3. Braam GPA. Terug naar de verwondering. Over deskundigheid en themakeuze in de sociologie en de bestuurskunde. Enschede: Universiteit Twente; 1991.
  4. Braam GPA. Mensen en hun problemen in onderzoek: de zwakkeren en ouderen blijven onderbelicht. Vriest het nu echt 15 graden in Zuid-Limburg of is de thermometer defect? En: heeft die 85-jarige nu wel echt zoveel vrienden als hij zegt?. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie. 2007;38112-114. 10.1007/BF03074836
  5. Braam GPA. Kwaliteitsindicatoren: grote vraagtekens bij waarnemingsmethoden. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie. 2011;42240-242. 10.1007/s12439-011-0042-1
  6. Bloem JC. Zondag. In: Komrij G, red. Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten. Amsterdam: Bert Bakker, 2004: 767.