Samenvatting

In het huidig beleid staat vraagsturing hoog op de agenda. De inbreng en betrokkenheid van de burger bij de zorg is van uitermate groot belang. Er is weinig bekend over die inbreng bij de huisartsenzorg als het gaat om ouderen. In dit proefschrift wordt een onderzoek gepresenteerd waarin de nadruk is gelegd op het exploreren van de betrokkenheid van ouderen bij de huisarts en op het evalueren van methodes om die inbreng en betrokkenheid te verbeteren. Uit interviews met 28 ouderen van boven de 70 jaar werd duidelijk dat ouderen een positieve inbreng zouden willen hebben maar dat dit nog niet gebeurt omdat men het niet gewend is en omdat er toch altijd spanning bestaat als men naar de dokter gaat.


117 Weergaven
2 Downloads
Lees verder

Raymond Wetzels. Involving older patients in their general practice care. Dissertatie Radboud Universiteit Nijmegen, 2005 191 p. ISBN-10: 9076316732

In het huidig beleid staat vraagsturing hoog op de agenda. De inbreng en betrokkenheid van de burger bij de zorg is van uitermate groot belang. Er is weinig bekend over die inbreng bij de huisartsenzorg als het gaat om ouderen. In dit proefschrift wordt een onderzoek gepresenteerd waarin de nadruk is gelegd op het exploreren van de betrokkenheid van ouderen bij de huisarts en op het evalueren van methodes om die inbreng en betrokkenheid te verbeteren. Uit interviews met 28 ouderen van boven de 70 jaar werd duidelijk dat ouderen een positieve inbreng zouden willen hebben maar dat dit nog niet gebeurt omdat men het niet gewend is en omdat er toch altijd spanning bestaat als men naar de dokter gaat.

Wetzels, een pas begonnen huisarts, heeft nagegaan hoe de mening van huisartsen in 7 landen was over de inbreng van ouderen. In het algemeen werd er opgemerkt dat men van mening is dat patiënten-inbreng een positieve invloed heeft op de uitkomsten van het consult. Dit is een mening die ook zonder onderzoek wel zou kunnen worden geformuleerd.

Ook andere conclusies over de patiënten inbreng lijken niet zo spannend. Zo wordt nagegaan of een patiëntenfolder of een patiëntensatisfactie vragenlijst invloed zou hebben, maar de onderzoeker komt niet verder dan te concluderen dat deze instrumenten goed ontvangen zijn door de huisartsen en de patiënten. Ook komt hij tot de conclusie dat er te weinig bewijs is voor effecten van interventies om de patiënt meer betrokken te laten worden bij het consult. De interventies zijn gericht op een betere motivering van de patiënt en een betere informering van de huisarts.

Een folder die 318 patiënten kregen om het spreekuur voor te bereiden werd maar door 47 patiënten gelezen. Hebben ouderen daar dan wel echt belang bij?

Kortom de ouderen vinden de inbreng belangrijk, zo blijkt uit het al genoemde interview bij de 28 patiënten (is dat niet wat weinig?), de huisartsen denken ook dat het zinvol is, maar hoe dat dan precies moet met die inbreng is niet helder en wordt zeker niet uit dit proefschrift duidelijk. De onderzoeker stelt dat ouderen meer ruimte moeten krijgen om te profiteren van de consultaties bij de huisarts, maar hij laat in het ongewisse wat er dan moet gebeuren.

Mijns inziens ontbreekt hier een grondige analyse van wat er op dit moment dan niet goed gaat. Of zou het nog niet zo slecht gaan bij de huisarts en zijn ouderen niet echt ontevreden? Is er wel echt verbetering nodig? Het proefschrift laat bij mij een zeer onbevredigende indruk achter.

Prof. Dr. Doeke Post, oud-huisarts en em. hoogleraar Sociale Geneeskunde aan de Rijksuniversiteit van Groningen.