Samenvatting

In deze 43-ste jaargang van het Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie opent de redactie de nieuwe rubriek Recent onderzoek. Onderzoekers en programmaleiders van universitaire en niet-universitaire onderzoekscentra op het gebied van de gerontologie en geriatrie in België en Nederland zijn uitgenodigd om samenvattingen in te sturen van onderzoek dat onlangs door hen zelf of in hun vakgroepen of organisaties is afgerond. Met deze rubriek wil de redactie de lezers van het Tijdschrift blijven informeren over onderzoek naar veroudering en de maatschappelijke consequenties daarvan in brede zin: medisch, psychologisch en sociaal.


203 Weergaven
2 Downloads
Lees verder

Het onderzoeksprogramma “Innovaties in de zorg voor ouderen” van de CAPHRI School for Public Health and Primary Care van de Universiteit Maastricht richt zich op drie samenhangende thema’s: (1) onderzoek naar prevalentie en determinanten van relevante zorgproblemen bij ouderen; (2) ontwikkeling en evaluatie van interventies en zorgvernieuwingen die zelfredzaamheid en kwaliteit van leven van ouderen (kunnen) bevorderen en (3) de implementatie van dergelijke interventies en zorgvernieuwingen in de zorgpraktijk. Hieronder volgen enkele voorbeelden van projecten die de afgelopen jaren binnen het programma zijn uitgevoerd.

Landelijke Prevalentiemetingen Zorgproblemen (LPZ)

Sinds 1998 meet de Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen (LPZ) jaarlijks in plusminus 400 instellingen (ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen en thuiszorg) op patiëntniveau de prevalentie, preventie, behandeling en beleid ten aanzien van een aantal zorgproblemen (decubitus, ondervoeding, smetten, vallen, vrijheidsbeperkende maatregelen en incontinentie). Daarmee is veel aandacht gecreëerd voor deze zorgproblemen, met een positief gevolg. De prevalentie van de meeste zorgproblemen daalt. De LPZ wordt momenteel gezien als de zorgmonitor van Nederland.

In diverse proefschriften zijn onderdelen van de LPZ nader geanalyseerd. Sinds enkele jaren wordt de LPZ ook in andere landen (Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, en Nieuw-Zeeland) uitgevoerd. Omdat dezelfde instrumenten en methoden gebruikt worden is een unieke vergelijking tussen de landen mogelijk. Drs. Esther Meesterberends rondt momenteel haar proefschrift af over de reden waarom veel minder decubitus voorkomt in de Duitse dan in de Nederlandse verpleeghuizen. Drs. Noémie van Nie onderzoekt voor haar proefschrift mogelijke verschillen in de prevalentie, preventie, behandeling en beleid ten aanzien van ondervoeding tussen de participerende landen.

Kleinschalig wonen voor ouderen met dementie

‘Klein is niet zo maar beter’ was de kop van een groot artikel in het NRC op 7 december 2010. In het betreffende artikel werden de bevindingen besproken van onze omvangrijke studie naar de ervaringen met kleinschalig wonen voor ouderen met dementie. De uitkomsten zijn gepubliceerd in het proefschrift van dr. Hilde Verbeek in 2011. Het doel van de studie was de effecten van kleinschalig wonen op ouderen met dementie, hun familieleden en verzorgenden in kaart te brengen. Hiertoe werden in een quasi-experimenteel design kleinschalige woonvormen vergeleken met reguliere afdelingen in een verpleeghuis. De hoofduitkomsten voor de bewoners waren kwaliteit van leven, neuropsychiatrische symptomen en agitatie. De hoofduitkomsten voor de familieleden betroffen ervaren zorgbelasting, tevredenheid met de zorg en betrokkenheid bij de zorg. De belangrijkste uitkomsten voor de verzorgenden waren arbeidssatisfactie en werkomotivatie. De uitkomsten van de studie lieten geen overtuigend bewijs zien dat effecten van kleinschalig wonen afwijken van zorg op reguliere afdelingen. De conclusie is dat een volledige overgang naar kleinschalige woonvormen niet vanzelfsprekend is. Gelet op de diversiteit van de doelgroep is het aan te bevelen door middel van diversiteit keuzemogelijkheden aan te bieden voor mensen met dementie en hun naasten.

Bezorgdheid om te vallen bij ouderen

Onlangs kwam deze onderzoekslijn omtrent de ontwikkeling, evaluatie en nationale implementatie van een succesvolle interventie tot een voorlopig einde. In 2003 werd gestart met een gerandomiseerde studie waarin de effecten en procesaspecten van een cognitief-gedragsmatige groepsinterventie naar vermindering van bezorgdheid om te vallen en gerelateerd vermijdingsgedrag bij ouderen uitgebreid zijn onderzocht. De uitkomsten hiervan – onder meer gepubliceerd in het proefschrift van dr. Rixt Zijlstra in 2008 – waren zeer positief. Dit heeft er toe geleid dat deze interventie ‘Zicht op Evenwicht’ in 2010 erkend werd door het RIVM Centrum Gezond Leven (www.cbs.nl/nl-nl/menu/themas/bevolking/cijfers/extra/piramide-fx.htm.). Tevens wordt in nauwe samenwerking met het Trimbos Instituut en ondersteuning van ZonMw het interventieprogramma nationaal geïmplementeerd (http://www.zichtopevenwicht.nl). Het doel hierbij is om het programma door ten minste 50% van de instellingen voor thuiszorg die zijn aangesloten bij het Landelijk Steunpunt Preventie Thuiszorg aan te laten bieden. De onderzoekslijn wordt momenteel in Maastricht voortgezet met de ontwikkeling en systematische evaluatie van een aangepast programma dat in de thuissituatie met behulp van drie huisbezoeken en vier telefonische consulten aan specfiek kwetsbare ouderen kan worden aangeboden. De resultaten hiervan worden begin 2013 verwacht.

EXBELT

De toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen (banden, bedhekken, tafelbladen etc.) komt veel voor in de intramurale ouderenzorg. Deze maatregelen worden meestal niet adequaat ingezet en hebben overwegend negatieve gevolgen voor bewoners. Daarom is samen met zorgverleners een methode ontwikkeld – EXBELT- om het gebruik van deze maatregelen terug te dringen en de toepassing van banden uit te bannen. EXBELT omvat (1) een beleidswijziging op instellingsniveau die de toepassing van nieuwe banden verbiedt, (2) een brede en intensieve bijscholing voor alle medewerkers, (3) de beschikbaarheid over van alternatieve middelen maatregelen en (4) de consultatie door een gespecialiseerde verpleegkundige. Evaluatie-onderzoek naar de effectiviteit laat zien dat EXBELT op korte termijn leidt tot een forse reductie van bestaande banden. Op lange termijn blijkt het gebruik van banden bijna tot nul procent te zijn gereduceerd. De uitrol van EXBELT en de toepassing in andere sectoren (bijvoorbeeld zorg voor gehandicapten) zijn mogelijke vervolgstappen.

Verder zijn UM-onderzoekers bezig met een grootschalig onderzoek naar vrijheidsbeperkende maatregelen in de thuiszorg en, in samenwerking met internationale experts, met het opstellen van een internationale definitie over vrijheidsbeperking.

Maastricht, december 2011

Prof. dr. G.I.J.M. Kempen en Prof. dr. J.P.H. Hamers

Programmaleiders CAPHRI Onderzoeksprogramma Innovaties in de zorg voor ouderen, Universiteit Maastricht