138 Weergaven
1 Downloads
Lees verder

Met deze nieuwe rubriek wil het Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie aandacht schenken aan recente elders gepubliceerde artikelen over wetenschappelijk onderzoek. Het kan werk van buitenlandse onderzoekers betreffen of onderzoek uit België of Nederland dat in een internationaal tijdschrift is gepubliceerd. De redactie wil met een kernachtige bespreking de belangstelling van de lezers voor het beschreven onderzoek wekken. Sommige lezers zullen daarna het artikel willen opzoeken en in zijn geheel lezen. Maar ook als de lezer denkt ‘zeer interessant, maar ik weet genoeg’, mist deze rubriek zijn uitwerking niet.

Levy, B. R., Slade, M. D. en Gill, T. M. Hearing decline predicted by elders’ stereotypes. Journal of Gerontology: Psychological Sciences 2006; 61B: 82-87.

Vraagstelling

Uit experimenteel onderzoek bleek dat perceptuele processen kunnen beïnvloed worden door de activering van bijvoorbeeld raciale en seksestereotypes. Zou het mogelijk zijn dat ouderen die negatieve beelden hebben over het ouder worden, precies daarom minder goed gaan horen? Dat kan, dachten Levy en haar collega’s. Ze zien drie mogelijke wegen waarlangs het zou kunnen. Algemene negatieve ouderdomsstereotypes kunnen: (1) de verwachting creëren dat het gehoor in de ouderdom achteruitgaat, met als gevolg een effectieve achteruitgang, (2) de hogere cognitieve processen die de achteruitgang mogelijk compenseren, ondermijnen, of (3) stress veroorzaken waarbij de daarmee gepaard gaande fysiologische processen het gehoor negatief beïnvloeden. De onderzoekers dachten ook dat niet alleen het negatieve karakter van een stereotype effect kan hebben, maar ook het gefocust zijn van het stereotype op het uiterlijk voorkomen. Vandaar hun dubbele hypothese over het effect van de negativiteit, respectievelijk, externaliteit van de leeftijdsstereotypes op de gehoorsachteruitgang.

Hypothese Oudere personen met meer negatieve (externe) leeftijdsstereotypes zullen slechter presteren op een gehoorstest na 36 maanden, ook na het in rekening brengen van het gehoorstestresultaat bij het begin van het onderzoek, de leeftijd en andere relevante covariaten.

Methode

Deelnemers waren 546 zelfstandig wonende valide ouderen van 70 jaar en ouder (M = 77,8 jaar).

Metingen betroffen de aanwezigheid van stereotypes, het gehoor (gemeten met een screeningsaudiometer, bij het begin van het onderzoek en na 36 maanden) en een heel stel covariaten (leeftijd, opleidingsniveau, geslacht, ras, depressie, aantal chronische gezondheidscondities, rookgeschiedenis, gehoorstestresultaat bij de eerste meting, MMSE-score, wandelsnelheid). Voor de meting van de aanwezigheid van de stereotypes werd de respondenten gevraagd naar de vijf eerste woorden of zinnen die hen te binnen vielen als ze dachten aan een oude mens. Deze uitspraken werden door deskundigen beoordeeld op stereotypicaliteit, negativiteit en externaliteit.

Resultaten

Het bleek duidelijk dat ouderen met meer negatieve leeftijdsstereotypes na 36m slechter scoorden op de gehoorstest. Hetzelfde gold voor de ouderen met meer externe stereotypes. De toevoeging in een regressieanalyse van de leeftijdsstereotypevariabelen leidde tot een significante verhoging van de hoeveelheid verklaarde variantie in de gehoorstest na 36m. Een analyse op de data van de 75 deelnemers die bij de eerste meting alle tonen hoorden en dus 6 punten behaalden, reveleerde dat diegenen die er meer negatieve stereotypes op nahielden (rekening houdend met de covariaten) slechter scoorden op de gehoorstest na 36m. Dit gold niet voor de respondenten met meer externe stereotypes. Verder bleek bij de vergelijking van de respondenten met meer negatieve en externe leeftijdsstereotypes met de respondenten met meer positieve en interne leeftijdsstereotypes het geconstateerde verschil in achteruitgang van het gehoor over een periode van 36 maanden, 0,7 punten te bedragen, een verschil dat equivalent is aan het normaal verwachte gehoorsverlies tengevolge van het ouder worden gedurende een periode van 8 jaar.

Discussie

De twee mogelijke dimensies van het ouderdomsstereotype – negativiteit en externaliteit – blijken meer impact te hebben op de het na 36m opnieuw gescreend gehoorsvermogen bij ouderen dan alle andere voor gehoorsverlies mogelijk relevante factoren. Door longitudinaal onderzoek met meerdere en complexere metingen van stereotypes, het functioneel en het fysiologisch gehoor kan de basis gelegd worden voor een beter begrijpen van “de bijdrage van door stereotype geïnduceerd gehoorsverlies tot de bekrachtiging van de leeftijdsstereotype, en de mate waarin deze bekrachtiging op haar beurt bijdraagt tot verder gehoorsverlies” (p. P86).

A. Marcoen