147 Weergaven
0 Downloads
Lees verder

Shiota MN, Levenson RW. Effects of aging on experimentally instructed detached reappraisal, positive reappraisal, and emotional behaviour suppression. Psychology and Aging, 2009;24:890-900.

Onderzoeksvraag

Gaan oudere mensen anders om met hun emoties dan jongere mensen? Deze vraag figureert in de achtergrond van een zorgvuldig opgezet experimenteel onderzoek van twee Amerikaanse onderzoekers. Zij focussen op leeftijdsverschillen in de bekwaamheid tot het managen van emoties via drie strategieën: zakelijke cognitieve revaluatie (detached reappraisal; zijn aandacht richten op niet-emotionele aspecten van de situatie teneinde de emotionele reactie te reduceren), positieve cognitieve revaluatie (positive reappraisal; oog hebben voor de positieve aspecten en gevolgen van een negatieve gebeurtenis) en gedragsonderdrukking (behavior suppression; zijn emoties verbergen).

Methode

Telkens 48 personen (mannen en vrouwen) van 20-29, 40-49 en 60-69 jaar oud doorliepen een ingenieuze experimentele procedure. Hun reacties op één gevoelsneutraal filmpje, twee droeve en twee walgelijke filmpjes,werden bevraagd, gemeten en geobserveerd. De gevoelsgeladen filmpjes zagen ze één keer zonder specifieke observatieopdracht en een tweede maal met de instructie tot zakelijke revaluatie, respectievelijk, positieve revaluatie. Voor het walgelijke filmpje werd ook nog eens gevraagd te reageren met het verbergen van zijn emoties. Gedurende de hele experimentele sessie werden verschillende fysiologische metingen gedaan, na elk filmpje werd de deelnemers gevraagd over hun gevoelens te rapporteren en na de hele sessie werden hun onopvallend op video opgenomen gelaatsuitdrukkingen gecodeerd.

Hypothesen

De auteurs verwachtten leeftijdsverschillen voor de drie soorten emotiemanagement. Ouderen zoudenminder goed zijn in zakelijke cognitieve revaluatie omwille van de achteruitgang van de executieve functies (werkgeheugen en andere cognitieve functies). De bekwaamheid tot positieve cognitieve revaluatie zou dan weer behouden blijven of zelfs verbeteren omdat, naast de geringere impact van de achteruitgang van de executieve functie, een grotere levenservaring en een op het positieve gerichte bias een rol zouden spelen.De auteurs verwachtten geen leeftijdsverschillen inzake het kunnen verbergen van zijn emoties, de beleving daarvan en de fysiologische gevolgen van het gebruik van deze strategie.

Resultaten

In vergelijking met de reacties op de vrij bekeken filmclips reduceerden de revaluatie-instructies de ervaren emoties bij alle deelnemers. Ze slaagden er ook in,wanneer hen gevraagd werd hun emoties te verbergen, hun gelaatsexpressie onder controle te houden.Wat de gevolgen van de cognitieve revaluatie betreft werden inderdaad leeftijdsverschillen gevonden, meer bepaald dat de jongere deelnemers in vergelijking met de ouderen beter hun emoties kunnen reduceren door de strategie van de zakelijke revaluatie en dat voor de ouderen de positieve revaluatie meer effectief was.Deze verschillen werden ook weerspiegeld in de resultaten van de fysiologische metingen.Wat betreft de bekwaamheid om zijn emotionele gedragsreacties onder controle te houden en dus zijn emoties te verbergen werden nagenoeg geen leeftijdsverschillen vastgesteld.

Discussie

De auteurs bespreken heel zorgvuldig de bekomen resultaten in relatie tot hun hypothesen en door de vergelijking met resultaten van eigen vroeger onderzoek en veel ander onderzoek dat ze in de inleiding aanhaalden. Zij zien in de resultaten van hun onderzoek een indicatie voor het aanmoedigen van het gebruik van de positieve cognitieve evaluatiestrategie bij de confrontatie met stressvolle en uitdagende situaties. Eerder dan stressgevende situaties te vermijden, met gevaar op toenemend sociaal isolement, kan deze strategie de stress reduceren en de sociale integratie en de kwaliteit van leven bevorderen. De auteurs halen ook een vijftal beperkingen aan van hun onderzoek naar de bekwaamheid tot emotiemanagement. Zo wijzen ze er terecht op dat het gebruik kunnen maken van de verschillende strategieën (als er om verzocht wordt in een labosituatie) nog niet betekent dat ouderen ze in het dagelijks leven ook effectief gebruiken. Uiteraard moeten de in cross-sectioneel onderzoek geobserveerde leeftijdsverschillen getoetst worden in longitudinaal onderzoek.

Nabeschouwing

Dit is een bijzonder goed opgezet experimenteel onderzoek met een helder beschreven verankering in de literatuur.De studie van diverse manieren van omgaan met emoties en de gevolgen ervan, gelijktijdig via zelfrapportering, gedragsobservatie en fysiologische metingen,maakt experimenten als dit relevant voor verschillende onderzoeksdomeinen. Niet het minst ook voor de psychogerontologie. De laatste zin van het artikel illustreert het: “Het oordeelkundig gebruik van emotieregulatiestrategieën op latere leeftijd kan belangrijke aanwijzingen geven voor het begrijpen en het bevorderen van succesvol ouder worden.”