174 Weergaven
0 Downloads
Lees verder

Verbetering van het traject van ziekenhuis naar thuis is mogelijk

Kwetsbare ouderen kunnen door een acute aandoening of verergering van hun kwalen in het ziekenhuis terechtkomen en vervolgens problemen krijgen met hun terugkeer naar huis, door afname van functionele status en zelfredzaamheid. Geriatrische revalidatie als tussenstation kan een oplossing bieden.

Gezondheidswetenschapper Irma Everink, 31 jr, onderzocht de ontwikkeling, implementatie, aanvaardbaarheid, uitvoerbaarheid en (kosten)effectiviteit van een zorgpad geriatrische revalidatiezorg. Dit zorgpad is gericht op het verbeteren van de coördinatie en continuïteit van zorg in het hele revalidatietraject, van ziekenhuisopname tot terugkeer naar de thuissituatie.

De belangrijkste conclusie uit haar proefschrift is dat het zorgpad aanvaardbaar en grotendeels uitvoerbaar is gebleken, en dat het zorgpad effectief is in het uitvoeren van meer bredere dagelijkse activiteiten onder patiënten na drie maanden. Daarnaast heeft implementatie van het zorgpad geleid tot een groter percentage patiënten dat na geriatrische revalidatiezorg ontslagen is naar de thuissituatie, tot een lager ervaren zorglast na drie maanden voor mantelzorgers en tot een kostenverlaging. Om deze redenen raadt Everink aan het zorgpad op bredere schaal te implementeren in de reguliere zorg.

Bij verdere optimalisatie van het zorgpad moet nog aandacht worden besteed aan de tijdigheid en kwaliteit van de medische overdrachten. Deze bleken in het onderzoek nog onvoldoende geïmplementeerd.

Patiënten, mantelzorgers en zorgverleners waren over het algemeen tevreden met het zorgpad, maar patiënten en mantelzorgers vonden wel dat er meer aandacht moet worden besteed aan de informatievoorziening over hun behandeling in zowel het ziekenhuis als in de instelling voor geriatrische revalidatiezorg en de eerste lijn.

Proefschrift Geriatric rehabilitation. Development, implementation and evaluation of an integrated care pathway for patients with complex health problems, Universiteit Maastricht, 8 september 2017, 213 p, ISBN 978 94 6159 719 9. Promotores waren prof. dr. G.I.J.M. Kempen en prof. dr. J.M.G.A. Schols.

‘Knooppunten’ in onze hersennetwerken speciaal gevoelig voor alzheimer

Theoretisch fysicus Meichen Yu, 30 jr, ontwikkelde nieuwe methoden om EEG- en/of MEG-netwerkgegevens van patiënten met de ziekte van Alzheimer (AD) of met Frontotemporale Dementie (FTD) te kwantificeren. Ook stelde hij vast dat vooral de ‘knooppunten’ (hubs) in onze hersennetwerken speciaal gevoelig zijn voor het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer.

Hersenfuncties zoals geheugen, aandacht en waarneming komen tot stand door efficiënte communicatie tussen (gespecialiseerde) hersengebieden. De hersenen vormen een complex netwerk, vergelijkbaar met bijvoorbeeld sociale netwerken of internet. De veronderstelling is dat hersenziekten zoals alzheimer, parkinson, multipele sclerose en epilepsie te maken hebben met een verstoring in dit netwerk, bijvoorbeeld doordat bepaalde soorten verbindingen verloren gaan of juist abnormaal sterk worden.

De vraag is of het mogelijk is deze verstoorde netwerken te meten bij patiënten en de aard van de veranderingen zo goed mogelijk in kaart te brengen. Voor het onderhavige promotieonderzoek werden elektrofysiologische metingen (elektro-encefalogram: EEG en magneto-encefalogram: MEG) gebruikt en netwerkanalyse (‘grafentheorie’). Meichen Yu ontwikkelde nieuwe methoden om EEG- en MEG-netwerkgegevens van patiënten met AD of FTD te kwantificeren. Hij ontwikkelde een methode om clusters (sub-netwerken) te detecteren en veranderingen daarin bij dementie vast te stellen. Daarnaast onderzocht hij MEG-registraties van AD-patiënten met een methode die ook de richting van informatiestromen in de hersenen kan vaststellen (‘phase transfer entropie’) en met een methode die informatiestromen in verschillende frequentiebanden kan combineren. Uit die studies, recent gepubliceerd in het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift Brain, komt naar voren dat vooral de ‘knooppunten’ (hubs) in onze hersennetwerken speciaal gevoelig zijn voor alzheimer.

Proefschrift Network analysis of EEG and MEG in dementia: novel approaches, Vrije Universiteit Amsterdam, 12 juni 2017, 217 p, ISBN 978 94 6332 180 8. Promotor was prof. dr. C.J. Stam.

Ernstig overgewicht en type 2 diabetes slecht voor hart en bloedvaten

Obesitas en type 2 diabetes hebben ongewenste gevolgen zoals hart- en vaatziekten, veranderde hersenactiviteit en structurele veranderingen in het brein. Arts/onderzoeker Ralph Widya, 33 jr, onderzocht diverse cardiovasculaire en cerebrale kenmerken van mensen met obesitas en diabetes type 2 en gebruikte bij zijn promotieonderzoek meerdere beeldvormende technieken, zoals Magnetic Resonance Imaging (MRI) en Magnetic Resonance Spectroscopy (MRS).

Zijn belangrijkste conclusies zijn onder andere dat een vervette lever, in ieder geval bij obesitas, een risico kan geven op dysfunctie van de hartspier en op subklinische verslechtering van de centrale bloedvaten. Prospectief vervolgonderzoek is nodig om het effect van leververvetting op nieuwe gevallen van hart- en vaatziekten te bestuderen. Ander onderzoek maakt waarschijnlijk dat de rechter hartkamer betrokken is bij diabetische cardiomyopathie en dat beide hartkamers vermoedelijk worden beïnvloed door afwijkingen in de stofwisseling die karakteristiek zijn voor de ziekte diabetes.

Op hersenniveau is bekend dat de hypothalamus een belangrijke rol speelt in de regulering van voeding en de reactie op de opname van glucose. Een kortdurende strenge caloriebeperking van vier dagen normaliseerde de reactie van de hypothalamus op een glucose-inname bij patiënten met diabetes type 2. Meer onderzoek naar het mechanisme en het effect van dit dieet is nodig.

Uit ander onderzoek blijkt dat visceraal buikvet en subcutaan buikvet op een andere manier gerelateerd zijn aan microstructurele hersenschade. De uitkomst van deze studie versterkt het concept dat visceraal vetweefsel, dus het vet dat zich ter bescherming rondom de organen bevindt, in tegenstelling tot subcutaan vetweefsel, een belangrijke rol speelt in de schadelijke effecten van obesitas. De pathofysiologische link tussen obesitas en structuurveranderingen in de hersenen is nog niet volledig begrepen, maar alleen letten op body mass index is dus niet voldoende.

Proefschrift Obesity and type 2 diabetes: cardiovascular and cerebral aspects, Universiteit Leiden, 5 september 2017, 175 p, ISBN 978 94 9268 375 5. Promotores waren prof. dr. H.J. Lamb, prof. dr. A. de Roos en prof. dr. J.W.A. Smit.

Bezinning op de oplopende kosten in de ambulante (langdurige) zorg is noodzakelijk

De Nederlandse gezondheidszorg is, na de Verenigde Staten, de duurste ter wereld en de kosten zullen nog verder stijgen. Met name aan de langdurige zorg wordt in Nederland veel meer besteed vergeleken met andere landen.

Internist in opleiding Irene Vegting, 33 jr. onderzocht de mogelijkheden om de efficiëntie te verbeteren in de ambulante zorg, met name de spoedeisende hulp (SEH) en de poliklinische zorg en bekeek het verminderen van overbodige diagnostiek. Uit de resultaten blijkt dat met name oudere en ziekere patiënten langer op de SEH (spoedeisende hulp) blijven, terwijl dit nu juist de meest kwetsbare groep is. De zoektocht naar een ziekenhuisbed kost veel tijd en het proces van besluitvorming duurt lang Aanbevolen wordt om met assessment teams te gaan werken, waarbij meerdere specialismen tegelijk naar patiënten met multi-problematiek kijken. De uren waarin de superviserende specialist in huis was, werden uitgebreid tot 23.00 u om hiermee de drempel voor overleg voor de relatief onervaren arts-assistenten op de SEH te verlagen.

De efficiëntie van (langdurige) poliklinische zorg zou baat kunnen hebben bij toepassing van eHealth (informatie- en communicatietechnologie ter ondersteuning en verbetering van de zorg). Thuis meten en registreren dus. Het toevoegen van een eHealth programma leek in dit promotieonderzoek echter geen significante verbetering te geven op uitkomstmaten zoals cholesterolwaarden, bloeddruk en gewicht. Toch verwachten de onderzoekers dat een eHealth programma toegevoegde waarde kan hebben in het verminderen van poliklinische bezoeken en het verbeteren van de kennis en de zelfredzaamheid van patiënten met chronische aandoeningen.

Bij het onderzoek op de afdeling Interne Geneeskunde VUmc naar reductie van overbodige diagnostiek en daarmee
samenhangende kostenbesparing bleek het verminderen van laboratoriumaanvragen het meeste op te leveren. Na deze studie is
het concept en de interventie uitgerold naar andere afdelingen en kortgeleden ook in vijf andere ziekenhuizen opgestart
ter voorkoming van onnodige diagnostiek.

Proefschrift Studies on improvement of efficiency in ambulatory care, Vrije Universiteit Amsterdam, 3 maart 2017, 97 p, ISBN 978 90 9030 189 1. Promotor was prof. dr. M.H.H. Kramer.

‘Dementiezorg voor elkaar’ komt op stoom!

Het programma ‘Dementiezorg voor elkaar’ is definitief gestart. Op 21 juni 2017 hebben de leden van het consortium Movisie, NIVEL, Pharos, Trimbos-instituut en Vilans de samenwerkingsovereenkomst getekend. Op 5 juli 2017 kwam de programmacommissie, bestaande uit vertegenwoordigers uit het werkveld, voor het eerst bij elkaar.

Doel van dit programma is de kwaliteit van leven van thuiswonende mensen met dementie te verbeteren door zorg en ondersteuning nog meer af te stemmen op hun persoonlijke leefwereld, over de grenzen van wonen, zorg en welzijn heen. Het programma ondersteunt samenwerkingsverbanden van professionals die hieraan willen werken, zoals ketenregisseurs, netwerkcoördinatoren, casemanagers, wijkverpleegkundigen, mantelzorgondersteuners, huisartsen en andere professionals in de eerste lijn.

De programmacommissie bestaat uit experts op allerlei terreinen, zoals (oud-) lectoren, huisartsen, adviseurs, een wethouder, een casemanager, vertegenwoordigers van Alzheimer Nederland en de directeur van V&VN. De commissie geeft inhoudelijke adviezen. VWS en Deltaplan Dementie zijn toehoorders.

De leden van het consortium voeren het programma uit. Zij krijgen subsidie van VWS en leggen daarvoor los van elkaar verantwoording af aan VWS. Vilans, kenniscentrum langdurende zorg, zorgt voor de coördinatie. Intussen begint het programma op stoom te komen. Verschillende organisaties hebben al gereageerd op het aanbod en willen weten hoe zij samenwerkingsverbanden kunnen opzetten van bijvoorbeeld huisartsenpraktijken, wijkteams, welzijnsorganisaties, aanbieders van dagbesteding en respijtzorg, en zorgaanbieders uit ouderenzorg en geestelijke gezondheidszorg. Het programma biedt deze ondersteuning gratis aan.

Voor meer informatie zie www.dementiezorgvoorelkaar.nl, contactpersoon Robbert Huijsman, r.huijsman@vilans.nl.

Presidential Award van de IAGG voor professor Dorly Deeg, 23 juli 2017

Tijdens het wereldcongres van de International Association of Gerontology and Geriatrics (IAGG) in San Fransisco, 23 tot 27 juli 2017, thema: Global Aging and Health. Bridging Science, Policy, and Practice viel aan professor Dorly Deeg (Epidemiologie van de veroudering, VU Medisch Centrum, en voormalig wetenschappelijk directeur Longitudinal Aging Study Amsterdam) de eer te beurt om een Presidential Award te ontvangen. De prijs werd haar uitgereikt bij de openingsceremonie als waardering voor haar jarenlange inspanningen voor de gerontologie in de Europese regio. Prof. Deeg’s meer dan 500 publicaties betreffen gezondheid, lichamelijk en geestelijk functioneren, werk en pensionering, gebruik van gezondheids- en sociale voorzieningen, en sterfte. Er werd gememoreerd dat zij voorzitter was van de Nederlandse Vereniging voor Gerontologie, een IAGG-associé, van 2005 tot 2012. Van 2012 tot 2015 was zij leider van de Social and Behavioural Sciences sectie van de IAGG, regio Europa. In die periode (2014) organiseerde zij een Internationale Winterschool Valuing Ageing voor jonge gerontologische onderzoekers in Amsterdam. Haar werk in de IAGG wordt gewaardeerd als dat van een rolmodel. Zij heeft de IAGG bij Europese wetenschappers op het netvlies gezet, hetgeen een factor van belang is geweest bij haar uitverkiezing.