148 Weergaven
0 Downloads
Lees verder

De jonge ouderen in Europa. Belasting of hulpbron voor de verzorgingsstaat?

Ook de jonge ouderen, meestal gedefinieerd als de gezonde gepensioneerden, spelen vaak de rol van een last voor de Europese verzorgingsstaten. Deze rol is echter meer gebaseerd op traditionele beeldvorming dan op hun werkelijke bijdrage. Dit betoogt wetenschapper Kathrin S. Komp, afgestudeerd in de voedingswetenschap en huishoudeconomie, politicologie, sociologie en thans gepromoveerd aan de faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam. Uit haar onderzoek concludeert zij dat de bijdrage van de jonge ouderen aan hun gezinnen, de samenleving en de verzorgingsstaat vaak niet wordt herkend. Om jonge ouderen een productieve rol in de maatschappij te geven, hoeft niet hun niveau van activiteit te worden aangepast maar juist de beeldvorming van de overheid. Erkenning van de productieve waarde van onbetaald werk zoals vrijwilligerswerk en informele zorg zou de ouderen helpen hun maatschappelijke rol positief te definiëren. Bovendien zou het de overheid kunnen helpen om mogelijkheden te vinden voor omgang met vergrijzing van de maatschappij. Het zou laten zien dat bezuiniging niet nodig is als men kiest voor herstructurering van verzorgingsstaten. Proefschrift The young old in Europe – Burden on or resource to the Welfare State?, VU Amsterdam, 13 september 2010, 143 p. Promotor was prof. dr. T.G. van Tilburg.

It’s not the fall that kills you, it’s the sudden stop at the end (P.R. Goswami)

Chirurg i.o. Pieter Boele van Hensbroek, 32 jr, deed onderzoek naar de gevolgen van vallen van hoogte, vallen van de trap, vallen bij ouderen, valgerelateerd letsel en complicaties daarvan. Hij concludeert onder andere dat jonge kinderen en ouderen het vaakst van de trap vallen.Ook ziet hij dat patiënten met een U-vormige breuk van het heiligbeen (weliswaar een zeldzame aandoening) jaren na de operatie nog kampen met forse gezondheidsproblemen. Bij complexe breuken van het hielbeen werd de langetermijn uitkomst onderzocht op basis van bijkomend letsel, het type breuk en de vraag of het gewricht is vastgezet (artrodese). Multitrauma en artrodese patiënten bleken significant slechter te scoren. Na een breuk of ander letsel komt frequent trombose voor, en bij één op de drie patiënten die van grote hoogte is gevallen zie je ook vaak letsel van de buikorganen.Dat laatste is geassocieerd meteen tienmaal hogere sterfte.Het proefschrift bespreekt ook de validatie van het CAREFALL Triage Instrument. CTI blijkt een betrouwbaar instrument voor het in kaart brengen van modificeerbare risicofactoren voor herhaald vallen bij vijfenzestigplussers.Het gaat dan om de items medicatie, balans en mobiliteit, angst om te vallen, orthostatische hypotensie, stemmingsstoornis, hoog risico op osteoporose, verminderd gezichtsvermogen en urine-incontinentie. Proefschrift Falling in the Netherlands. Prevention, care andfollow-up of fall-related injury,Amsterdam, 6 juli 2010, 188 p, ISBN 978 90 9025477 7. Promotor was prof.dr. J.C.Goslings.

Spierveranderingen na CVA en na langdurige bedrust vergeleken

CVA-patiënten hebben niet alleen te maken met de directe gevolgen van een beroerte, zoals spraakproblemen en verlamming,maar ook met indirecte effecten op de spieren door inactiviteit, meestal als gevolg van halfzijdige verlamming. Na haar experimenten met gezonde mannen na kruklopen en langdurige bedrust zag bewegingswetenschapper Astrid Horstman, 30 jr, afname in maximale kracht,maar geen veranderingen in activatievermogen.De afname in maximale snelheid van krachtontwikkeling na inactiviteit wordt hierdoor verklaard, terwijl deze snelheidsafname bij cva-patiënten wordt verklaard door afname van activatievermogen (de neurale aansturing). Krachttraining kan bij cva-patiënten de verloren spierkracht door inactiviteit weer terug halen maar voor verbetering van de neurale aansturing adviseert de promovendus taakspecifieke functionele training. Een verbeterde aansturing zou kunnen leiden tot een afname in valrisico en verbeterde uitvoering van dagelijkse activiteiten. Proefschrift Functional muscle characteristics after stroke and unloading, Vrije Universiteit Amsterdam, 7 september 2010, 208 p, ISBN 978 90 9025 593 4. Promotores waren prof. dr. A. de Haan en prof. dr. ir. D.F. Stegeman.

Deskundige verpleegkundige observatie op de afdeling Geriatrie

Bij de verzorging van ouderen krijgen verpleegkundigen een indruk hoe het gaat met de cognitie. Kan de oudere zijn aandacht bij een gesprek houden, weet hij zich goed uit te drukken en kan hij iets begrijpen of onthouden? De mate van geestelijke achteruitgang bepaalt in hoge mate hoe er moet worden gecommuniceerd. Als de oudere patiënt bijvoorbeeld de aangeboden informatie niet meer begrijpt, beïnvloedt dat het effect van de zorgverlening.Het kan leiden tot vermindering van kwaliteit van zorg, een langere ligduur en meer verwardheid. Soms is doorverwijzing naar arts of psycholoog noodzakelijk en het is dus belangrijk dat verpleegkundigen deskundig kunnen observeren. Verplegingswetenschapper Ank Persoon, 53 jr, ontwikkelde in haar promotieonderzoek, op basis van de ICF-een internationaal geaccepteerd systeem om het algemeen menselijk functioneren te classificeren- een observatielijst, de Nurses’ Observation Scale for Cognitive Abilities, de NOSCA, die zich richt op het herkennen van cognitieve problemen bij geriatrische patiënten.De construct validiteit en de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid van de gehele NOSCA bleken uitstekend. De validiteit van de NOSCA-subschalen ten opzichte van neuropsychologische testen was matig, vanwege onverwacht ernstige cognitieve stoornissen in de onderzoeksgroep.

Proefschrift Development and validation of the Nurses’Observation Scale for Cognitive Abilities – NOSCA, Radboud Universiteit Nijmegen, 21 oktober 2010, 137 p, ISBN 978 90 9025 482 1. Promotores waren prof. dr. M.G.M.Olde Rikkert en prof.  dr. T. van Achterberg.

Kwaliteit van leven bij migranten van 55 jaar en ouder in de ouderenzorg

Onder deze titel verscheen onlangs de rapportage van een onderzoek onder Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse/Arubaanse en Chinese ouderen op het gebied van lichamelijk welbevinden en gezondheid,woon- en leefomstandigheden, participatie,mentaal welbevinden. In dit rapport komen de ouderen zelf aan het woord over de aspecten die zij belangrijk vinden voor hun kwaliteit van leven en de gewenste ondersteuning. Enige specifieke aspecten betreffen onder andere de wens om halal of vegetarisch te kunnen eten en vaker te douchen (Antillianen en Surinamers).De wens om het dagritme aan te kunnen passen aan gebedstijden (Turken en Marokkanen). Angst voor roddelen binnen de gemeenschap. Verlangen naar het land van herkomst. De wens om beter Nederlands te leren spreken.De grotere rol van het geloof en de grotere diversiteit in geloofsovertuigingen.

Het onderzoek is uitgevoerd door het NIVEL, postbus 1568, 3500 BN Utrecht, telefoon 030 2729700,met subsidie van ActiZ, organisatie van zorgondernemers. Titel van het rapport: Kwaliteit van leven bij migranten in de ouderenzorg. Een onderzoek onder Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse/Arubaanse en Chinese ouderen, 101 p, ISBN 97 8946 122 0264. Auteurs: T.M. Meulenkamp (NIVEL), A.P.A. van Beek (NIVEL), D.L. Gerritsen (UMC St Radboud), F.M. de Graaff (Mutant en UvA) en A.L. Francke (NIVEL en EMGO+ / VUmc), met medewerking van F. Achgaph, R. Cicilia, C.Ho en S. Sert.

Nieuwe leerstoel Cliëntenparticipatie in de ouderenzorg

Op 9 september 2010 aanvaardde prof. dr. Tineke A. Abma deze leerstoel aan de Vrije Universiteit Amsterdam waarbij het onderzoek naar de (verbetering van de) positie van cliënten in de ouderenzorg centraal staat. Basis voor haar oratie Herinneringen en dromen van zeggenschap vormen twee teksten: In de ideale samenleving die ik schetste zou, zo droom je, de ouderdom eigenlijk niet bestaan (Simone de Beauvoir, 1970). En: De zoetste herinneringen zijn die waarbij wij onszelf ontstijgen en verbonden weten met anderen’ (vrij naar Margaret Urban Walker).

Simone de Beauvoir droomde van een samenleving zonder ouderdom. Ze vindt de wijze waarop de samenleving omgaat met ouderen zo treurig dat ze de ouderdom in de zin van aftakeling en eenzaamheid liever wegdenkt. Ouderen zouden op een waardige manier oud moeten kunnen worden door betekenisvolle acties, projecten en doelen. Zorgethicus Margaret Walker helpt ons om op een andere manier naar autonomie te kijken. Bij ouderdom kan autonomie moeilijk worden geduid als zelfbeschikking en onafhankelijkheid. Hoe kunnen ouderen en cliëntraden in instellingen nog autonomie en zeggenschap uitoefenen? Toch kunnen systeem en leefwereld door het op gang brengen van een open dialoog op een andere wijze scharnieren.Dan kunnen machtsverhoudingen, identiteiten en rationaliteiten gaan verschuiven en dichter bij het ideaal van machtsvrije communicatie komen. Interactief onderzoek kan deze processen ondersteunen en inzichtelijk maken.

Binnen een oratie is weinig ruimte voor uitdieping van achtergronden, theorie,methodologie en gedetailleerde verhalen. Eind van dit jaar verschijnt de uitgewerkte oratie als boek waarin de inzichten, opgedaan in de projecten in de ouderenzorg, worden beschreven en voorzien van een analyse en gedachten over toekomstig onderzoek, onderwijs en dienstverlening.