105 Weergaven
0 Downloads
Lees verder

Het aantonen van een persoonlijkheidsstoornis voorkomt een therapeutische ‘fausse route’ bij de ambulante Geestelijke Gezondheidszorg voor ouderen

In het promotieonderzoek van psychogerontoloog en gz-psycholoog Bas van Alphen, 35 jr, wordt een screeningsinstrument voor de diagnose van persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen getest op betrouwbaarheid en bruikbaarheid. Deze zgn. Gerontologische Persoonlijkheidsstoornissen Schaal (GPS) met de subschalen Habitueel gedrag (HAB, 7 items) en Biografische gegevens (BIO, 9 items) blijkt een vermoeden te kunnen geven op de aan- of afwezigheid van een persoonlijkheidsstoornis. De GPS is door artsen, psychologen en sociaal psychiatrisch verpleegkundigen binnen vijf minuten af te nemen en kent een eenvoudige interpretatie van de scores. Proefschrift Diagnostiek van persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen. Een bijdrage aan de ontwikkeling van een screeningsinstrument, Radboud Universiteit Nijmegen, 31 maart 2006, 182 p, ISBN 9090201734. Promotor was prof.dr. J.J.L. Derksen

De moeizame samenwerking tussen zorg- en woonsector, leveranciers en techneuten frustreert de invoering van ICT bij zelfstandig wonende ouderen

Er is veel vraag naar personenalarmering, technieken om de buitendeur op afstand te kunnen openen en methoden om anderen (via een camera) mee te laten kijken wanneer er wordt aangebeld. Beeldspraakverbindingen met kennissen, mantelzorgers en familieleden zouden kunnen voorzien in de behoefte aan sociaal contact tegen vereenzaming. Het grote knelpunt bij de inzet van ICT bij zelfstandig wonende ouderen blijft, volgens organisatiesocioloog, ontwikkelingspsycholoog en ICT-adviseur Jan N.A.M. Vermeulen de moeizame samenwerking tussen de vele partijen in de zorg- en de woonsector. Intermediairs die bij ouderen inventariseren wat er nodig is en vervolgens ook de invoering inhoudelijk, organisatorisch, financieel en technisch verzorgen, zouden de oplossing kunnen zijn. Proefschrift Langer zelfstandig wonen en hoe ICT daarbij kan helpen. Actieonderzoek naar de inzet van ICT ter ondersteuning van ouderen die zo lang mogelijk zelfstandig willen wonen, Universiteit van Tilburg, 31 maart 2006, ISBN-13: 9789072725875. Promotor was prof.dr. J.B. Rijsman.

Tabletten of pleisters? Postmenopauzale hormoontherapie onderzocht

Postmenopauzale hormoontherapie (HT) wordt toegepast om climacteriële klachten zoals opvliegers, nachtzweten en urogenitale klachten te verminderen en HT heeft een gunstig effect op osteoporose. Helaas is oraal gebruik van HT ook geassocieerd met bijwerkingen zoals een verhoogde kans op veneuze trombo-embolieën (VTE). Gynaecoloog i.o. Marinka S. Post onderzocht de effecten van postmenopauzale HT op bekende en algemeen geaccepteerde markers van de bloedstolling en op opkomende risicofactoren voor VTE en coronaire aandoeningen. Uit de resultaten blijkt dat in tabletvorm toegediende HT op sommige van de onderzochte markers een gunstig effect heeft, maar op andere mogelijk een ongunstig effect. HT via pleisters heeft wel vaker een neutraal effect. Post stelt dat in toekomstig grootschalig onderzoek moet worden onderzocht of er daadwerkelijk verschillen bestaan in het optreden van hart- en vaatziekten en VTE wanneer vrouwen postmenopauzale hormoontherapie gebruiken in de vorm van tabletten of pleisters. Proefschrift Postmenopausal hormone therapy and thrombosis: oral or transdermal? Studies into effects on risk markers for venous and arterial thrombosis, Vrije Universiteit Amsterdam, 28 april 2006, 179 p, ISBN 909020542 X. Promotor was prof.dr. P. Kenemans.

Kwetsbare ouderen zijn toch nog tevreden over hun leven

Frailty of kwetsbaarheid is een toestand waarbij de oudere een hoog risico loopt op negatieve uitkomsten zoals vallen, hulpbehoevendheid, opname of sterfte als gevolg van verminderde fysiologische en psychologische reserves. Gezondheidswetenschapper Martine T.E. Puts, 29 jr, constateert dat twintig procent van de 55-plussers in haar (LASA)onderzoek kwetsbaar zijn omdat zij aan drie van de negen kwetsbaarheidskenmerken voldoen. Het gaat dan om laag lichaamsgewicht, matige longfunctie, verminderde cognitie, slecht zien of horen, incontinentie, weinig controle, depressieve symptomen of lichamelijke inactiviteit. Vrouwen zijn in dit onderzoek vaker kwetsbaar en zij ondervinden vaker de gevolgen van kwetsbaarheid. Hoewel minder tevreden dan gezonde ouderen, vinden de meeste kwetsbare ouderen hun levenskwaliteit nog steeds bevredigend. Puts onderzoek is een stap in de richting van het op tijd onderkennen van kwetsbaarheid. Proefschrift Frailty: biological risk factors, negative consequences and quality of life, Vrije Universiteit Amsterdam, 4 april 2006, 215 p, ISBN 9056691015. Promotores waren prof.dr. D.J.H. Deeg en prof.dr. P.T.A.M. Lips.

Modulatie van genen geeft inzicht in het ontstaan van atherosclerotische plaques

Opheldering van het moleculair mechanisme dat verantwoordelijk is voor ontsteking en celdood in atherogenese (aderverkalking) en dat uiteindelijk leidt tot acute klinische voorvallen zoals hartinfarct en cva, zou kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe therapeutische strategieën en experimentele modellen ten bate van de behandeling van atherosclerose en de complicaties. Biofarmaceut Susanne Zadelaar, 26 jr, verrichtte onderzoek op dit gebied met de speciale zgn. ApoE3-Leiden-muis of E3L-muis, die wat betreft zijn vetstofwisseling op de mens lijkt. De muizen werden met cholesterolrijk voedsel gevoed om het effect van een ongezond (westers) voedingspatroon na te bootsen. Een van de genen die bij de muizen werd uitgeschakeld was dat voor TNFa. Bij muizen zonder TNFa waren de plaques verder gevorderd dan bij controledieren. Zij vertoonden meer necrose en minder geprogrammeerde celdood (apoptose). Blijkbaar stimuleert TNFa de overgang naar een verder gevorderd stadium. Proefschrift Modulation of genes involved in inflammation and cell death in atherosclerosis-susceptible mice, Universiteit Leiden, 23 maart 2006, 145 p, ISBN 9064644918, promotor prof.dr.ir. L.M. Havekes.

Huisarts reageert onvoldoende op urine-incontinentie bij ouderen

Met name de kennis over de behandelingsmogelijkheden van urine-incontinentie bij ouderen en over de effectiviteit van deze behandeling schiet tekort bij huisartsen. De geringe motivatie van ouderen ‘om er iets aan te doen’ werkt natuurlijk ook niet positief. En de complexiteit van urine-incontinentie bij ouderen maakt het lastig om de NHG standaard urine-incontinentie toe te passen. Toch heeft elke oudere patiënt recht op tenminste een eenmalige analyse van de incontinentie door de huisarts. Dat is de mening van huisarts/onderzoeker Doreth Teunissen, 40 jr, in haar proefschrift Urinary incontinence in the elderly in General Practice, Radboud Universiteit Nijmegen, 7 maart 2006, 155 p, ISBN 9050730124. Promotores waren prof.dr. A.L.M. Lagro-Janssen en prof.dr. C. van Weel. Andere stellingen in het proefschrift zijn: Verlies van controle vinden mannen het vervelendst en vrouwen hindert de vereiste voorzorgsmaatregelen het meest. Mannen zien urine-incontinentie als een afwijking, vrouwen als iets wat bij ouder worden hoort.